Zondag 12 februari 2017: Waarom 52 blogs en wat daarna?

Van 12-02-2016 tot en met 12-02-2017 schreef ik elke week een blog en dat zijn er in totaal 52 geworden. Waarom doe je zo iets? Daar geef ik hieronder een antwoord op. Ik zou dat heel kort kunnen houden met: omdat ik daar zin in had. Maar dat is niet helemaal waar. Laat ik bij het begin beginnen.

De aanleiding. Een van mijn vrienden die 2,5 uur autorijden van Enschede woont stelde mij die vraag ook en ik vond natuurlijk dat ik daar wel een antwoord op moest geven.

Ik schreef hem zoiets als: In eerste instantie omdat ik het leuk vind. Bovendien kunnen vrienden die ik niet regelmatig spreek lezen wat me zoal bezig houdt. Ook kunnen ze, als ze dat leuk vinden, op mijn geschrijf reageren. Ik zou dat wel aardig vinden vanuit je stoel een discussie beginnen. Kan het gemakkelijker?

Ook kan je jouw opinie meedelen m.b.t. het onderwerp, tenminste wanneer het onderwerp zich daar voor leent. Minder leuk is als je me stevig gaat aanpakken en me onder jouw kritische tegenargumenten gaat begraven.

Als tweede reden gaf ik op “IJdelheid”, niet dat ik dat bewust voel maar het zal zeker ergens aanwezig zijn en een stille wenk zijn om elke week weer een blog op de website te zetten. Jezelf belangrijker maken dan je bent, of zo iets. Het was een soort lijfspreuk van mijn vader die in moeilijke situaties vaak aan kwam zetten met: ”Tenslotte is alles ijdelheid”. Kies je de kant van hoogmoed dan betekent het dat je een zeker verlangen hebt om belangrijk gevonden te worden. De keerzijde van ‘ijdelheid’ wijst meer in de richting van zinloosheid of vergankelijkheid. Ik leerde het al jong op ‘De school met de bijbel’ dat ”IJdelheid der ijdelheden” eigenlijk betekent dat alles wat je doet en bent ‘najagen van wind is’. Niet dat je precies wist wat najagen van wind was maar het klonk wel plausibel. Tenslotte begreep ik later zijn we sterfelijk en dat maakt ons verblijf hier en het geen we allemaal doen wel erg relatief. Ook op diezelfde school zongen we uit volle borst een refrein van een vroom lied dat begon met “ Niets is hier blijvend, niets is hier blijvend. Alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan”.

Mijn derde punt voor mijn verre vriend was dat ik voor een deel van mijn blogs ruimte heb ingeruimd om wat feiten en verhalen vast te leggen rondom mijn familiegeschiedenis en mijn oude speelterrein in de Spaarndammerbuurt.

Wat betreft de familie waren dat allereerst de Lodders die halverwege de 19e eeuw hun boeltje bij elkaar pakte en verhuisden van de Utrechtse Heuvelrug naar de Haarlemmermeer. Maar ook van mijn moederskant kwam men rondom dezelfde tijd (±1852) vanuit het Land van Heusden en Altena naar de blubberige bodem van wat eens het onstuimige meer was met de schrikbarenandere de naam “Waterwolf”. Ik schreef dus ook iets over de Haarlemmermeer om bepaalde herinneringen en andere wetenswaardigheden vast te leggen. Het zijn geen gedetailleerde studies maar ze geven de belangrijkste contouren aan hoe die families zich gesetteld hebben in hun nieuwe omgeving en uiteindelijk weer uitgewaaierd zijn over ander delen van Nederland en daarbuiten. De grotere uitgebreide verhalen heb ik verzameld in mijn PC en zullen nog weleens uit ontsnappen. Vaak te specifiek om in een blog aan de orde te stellen maar soms wordt e.e.a. wel zijdelings aangegeven. Wat ook leuk is waren de beschrijvingen van mijn oude woonbuurt aan de rand van Amsterdam. Ik heb veel geleerd van mijn stukjes over de Spaardammerdijk die honderden jaren geleden de rol als temmer van de Waterwolf op zich nam. En dan natuurlijk niet te vergeten de Amsterdamse school. De fantastische architectuur voor de arbeider waarvan het unieke woongebouw het Schip het boegbeeld van is.

Tot slot vriend is misschien wel de belangrijkste reden dat ik het schrijfwerk vooral leuk vond en vind om te doen. Ik wil er wel bij zeggen, dat het minder eenvoudig is dan ik ooit gedacht had. Mogelijk zie je het er niet vanaf maar er moet heel wat gestoeid worden tussen onderwerp titel en illustratie voordat het wordt zoals je gehoopt had. En dan nog. Teruglezen is vaak irritant.

Bijkomende leuke punten. Maar het was zeer verrassend dat lezers soms met onverwachte reacties kwamen. Dat deed men dan rechtstreeks via de WP website maar ook vaak via mijn email-adres. Ik heb dat zeker gewaardeerd.

Iets dat me erg verraste was dat ik een paar maal een oude kennis tegen kwam via mijn blogs. Ik ontving dan een mailtje en moest dan eerst proberen de persoon te trasseren en soms was het meteen raak. In die gevallen had men het blogadres gevonden en spontaan een mailtje gestuurd. Tweemaal heb ik iemand leren kennen waarmee ik veel zaken over de Spaarndammerbuurt heb uitgewisseld. Regelmatig schrijft een ander me over de groet veranderingen die worden uitgevoerd bij de Spaarndammerdijk en waarbij met name het Houthaven-gebied een gigantische metamorfose ondergaat.

Hoe ging ik te werk? Een van de goede manieren om je mening te vromen is door erover te schrijven. Het schrijven dwingt je om na te denken, referenties natrekken en structuur aan te brengen. Dat is theorie en ik weet inmiddels uit ervaring dat het in de praktijk nogal eens behoorlijk tegen valt. Bij het schrijven ontstaan ook nieuwe gedachten door dat onze hersens associaties mogelijk maakt. Dat zijn zaken die krijg je er voor niets bij. Dat zijn de mooiste vondsten.

Om continuïteit (1 blog/week) te houden heb ik een lijstje gemaakt met daarop onderwerpen. Als het mogelijk was heb ik daar vaak al wat aantekeningen bij geplaatst via enkele trefwoorden of stukjes losse tekst. Ik heb dus mijn lijst als een soort houvast en reddingsboei maar soms borrelt er spontaan iets op. Als ik daar aan begin kan het zomaar een stukje worden maar vaak komt het voor dat ik het onaf weg moet leggen om dat het niet lukt er een geod vervolg aan te geven. Er zijn twee belangrijke punten die ik heb ontdekt: (1) Zijn je eigen herinneringen wel werkelijk gebeurd zoals je denkt dat ze zijn? En (2). Tijdens het schrijven gebeurt het regelmatig dat het ene woord het ander aanhaalt en dat een verhaal een wending krijgt die je niet hebt zien aankomen en ook niet had bedoeld.

Kloppen onze herinneringen? Douwe Draaisma schijft in zijn laatste boek: “Zijn wij anderen mensen als we ouder worden? Kloppen onze herinneringen? Waarom geven we op dezelfde vraag later een ander antwoord?”   Ik heb zelf een frappant voorval over herinneringen. Er gebeurde in ons ouderlijk gezin, thuis in Amsterdam, 70 jaar geleden een voorval waarvan ik me de details nog zeer goed kan herinneren. Toen ik dat bij gelegenheid ook eens besprak met mijn broer (negen jaar ouder) en mijn zuster (dertien jaar ouder) beweerden ze onafhankelijk van elkaar dat hetgeen ik als herinnering naar voren bracht nooit gebeurd is. Terwijl ik het zo zeker weet dat ik nog steeds vind dat zij ongelijk hebben. Maar wat nu? De wetenschapper Draaisma zegt: “Je vroegste herinneringen zijn in potlood geschreven”.

Hoe nu verder? IK heb besloten dat ik na dit jaar even een pauze inlas en goed ga nadenken of ik hiermee door moet gaan. Hetzij op dezelfde manier of anders. De reden is natuurlijk dat het minder eenvoudig is dan het lijkt. Maar het is ook erg mooi om het te doen. Ik put er veel plezier uit. Waarschijnlijk hoort dat ook bij de bovengenoemde ijdelheid want het leven spelt zich wel hier af.

Sommige van de lezers hadden wel positieve kritiek. Ze vertelde me dat mijn stukken te lang waren. Mogelijk ligt daar een mogelijk punt voor verandering in de toekomst. Maar ik moet daar eerst nog over nadenken of het genoemde argument voor mij een criterium is. De lengte die ik altijd probeerde te verbloemen met het opnemen van illustraties of foto’s was wel lang maar ja een boek heeft ook 400 bladzijde. Natuurlijk ik ben niet een geliefde romancier en weet dat mijn argument niet opgaat. Bovendien staat er niemand naast je die zegt dat je het moet lezen. Maar ik ga hier wel eens rustig over nadenken. Een optie is dat ik van te voren het aantal woorden vast stel zo als een columnist dat moet doen. Maar ja ik ben bang dat het dan totaal ander soort stukken gaan worden en ik weet niet of ik dat wil. Maar wellicht is het te proberen maar voor mij zit het vast op het punt dat ik met een dergelijke beperking niet alle onderwerpen ongelimiteerd de revue kan laten passeren.

In de tijd die ik neem tussen deze laatste blog en de start van iets nieuws heb ik besloten het een beetje anders aan te pakken als tussen periode.

Wat nu? Een interim-blog! Tot de periode dat ik een nieuw blog ga opzetten heb ik een interim blog bedacht. Daarin lever ik ongeveer om de week een gedicht van een Nederlands dichter. Ik plaats alleen het gedicht en soms mogelijk een kleine toelichting over de dichter of het gedicht zelf. Maar de hoofdmoot is het gedicht.

Ik heb een groot aantal dichters geselecteerd en deed dat in eerste instantie niet via de beoordeling van een specifiek gedicht maar via de geboorte of datum van overlijden. En op basis daarvan heb ik een verdeling gemaakt van oude en jongere dichters over een serie maanden en dus aantal afleveringen. De selectie van de dichters wordt hierdoor niet bepaald door een speciaal gedicht maar door een datum. Daardoor vallen natuurlijk bepaalde dichters af omdat ze niet op de juiste datum zijn geboren of overleden.

Met die lijst die ik uiteindelijk kreeg ben ik gaan kijken in hun in hun poëzie en mijn uiteindelijke keuze is uiteraard een zeer arbitraire zaak. Waarbij ik natuurlijk ook weer een paar andere randvoorwaarden heb gehanteerd zoals het onderwerp, sfeer van een gedicht en uit welke tijd stamt het. Ik heb geprobeerd een beetje door de tijd heen te kijken. Er zullen dichters bij zijn die jullie allemaal kennen maar ik schroom niet ook wat moderne dichters te kiezen die mogelijk minder bekend zijn. Zoals gezegd de gedichten verschijnen ongeveer elke week maar niet specifiek op zaterdag of zondag zoals bij het ritme van mijn vorige blog. Ze verschijnen op de datum waarop de dichter werd geboren of stierf.

In mijn selectie tot eind van het jaar is het oudste jaartal waarvan een gedicht gepubliceerd wordt 1577 van een dichter die iedereen kent. Het meest recente jaartal is 2015, uiteraard het jaar dat een bepaalde dichter overleed.

De keus kende nog een beperking namelijk het zorgen voor een evenredige spreiding over de kalender. Op een bepaald moment van het samenstellen en zoeken paste een ander dichter die ook in aanmerking zou komen niet helaas niet meer in mijn schema. De afweging van die wel en die niet heb ik op dat moment niet meer gemaakt. Maar als ik mijn lijst overzie dan denk ik dat een gevarieerde keus de revue gaat passeren.

Enfin we zullen zien wat dit experiment oplevert.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *