Zaterdag 5 november 2016: ‘De naam is Bos. Dick Bos. Aangenaam.’

‘De naam is Bos. Dick Bos. Aangenaam.’ Zo maakte ik kennis met de beroemde privé-detective in de jaren 1949/50 als ijverige leerling van de ‘School met de Bijbel nummer 4’.

Dick Bos was zo populair dat de toenmalige Nederlandse overheid de verspreiding en het lezen van dit stripboek op (lagere) scholen verbood. Het was verderfelijk omdat ze misdaad en leesluiheid tot gevolg zouden hebben. Dit verbod betrof alle scholen maar die met een Christelijke signatuur werden ook nog eens gestimuleerd door ouders en de kerken. Mijn zonde heeft niet geleid tot een misdadig karakter en niemand kan mij betichten van leesluiheid. Toch is het een interessante geschiedenis en hieronder verhaal ik hoe Dick mijn interesse had en hoe ik verzeild raakte in een mislukte geheime missie.

Tekko Taks de feuilleton in Trouw. Vanaf het moment dat ik kon lezen tot ongeveer 1950 was ik nogal gefocusseerd op de krantenstrip Tekko Taks van Dagblad Trouw.

gesch_krant_45_50-2
Een dagaflevering uit dagblad Trouw van “Tekko Taks en het wereldvoedsel probleem”

Ik las ze in de krant en knipte de strips uit en plakte ze met te veel plaksel in en schriftje dat aan het eind van een serie helemaal krom en verkreukeld van de lijm er onaantrekkelijk uitzag. Maar het ging om de inhoud. De kolomstrip van Tekko Taks kwam zoals ik later begreep uit de Toonder studio’s. Tekenaar Kabos en schrijver Ringrose waren beide medewerkers van Toonder. In de avonduren maakten ze dan nog Tekko Taks. Tekko de takshond is een wat eigenwijs figuurtje die in allerlei verhalen terechtkwam en veel spannende tijden meemaakte. Alhoewel hij de uiterlijkheden had van teckel was het eigenlijk een rentenierend mannetje die graag de rust zocht. Hij hield van zijn tuintje en huisje. Maar belandde steeds opnieuw in een avontuurlijk verhaal. IK vond het wel een leuke strip maar natuurlijk veel kinderachtiger dan Dick Bos. Dat was mogelijk de reden dat Tekko niet populair was bij ons in de klas terwijl juist deze strip wel gelezen mocht worden. Eerlijk gezegd vermoed ik dat in veel gezinnen van mijn klasgenoten geen krant gelezen werd en zeker niet een Christelijke dagblad.

Andere strips. Ik zag ook wel ander stripboekjes in de klas zoals Sjors van de Rebellenclub, Kapitein Rob en Bruintje Beer. Niet geplakt in en schrift maar gekochte boekjes. Ook verschenen er illegaal verschillende gekochte exemplaren van “De avonturen van Dick Bos”.

schermafbeelding-2016-10-21-om-15-00-06
Dick Bos als speurneus op zoek naar de kleinste details.

Die serie was ten strengste verboden zoals ik al eerder schreef. Dit soort lectuur kwam er zowel thuis als op school niet in. ‘Pulp’ was dat en dus verboden. Maar ja iets dat verboden is heeft juist veel aantrekkingskracht. Tenslotte kende alle klasgenoten het verhaal van de bijbel dat we veel in alle toonaarde hadden gehoord. God vertelde aan Adam en Eva dat zij het fruit van alle bomen in de tuin konden eten, behalve het fruit van de ‘boom van de kennis van goed en kwaad’.  Zij leefden gelukkig tot een slang (wellicht de duivel) Eva verleidde om de “verboden vrucht” (een appel) te eten. Zij at ervan, en gaf ook een hapje aan Adam. Daarna was hun geluk niet paradijselijk meer maar aards geworden. Was Dick Bos ook duivels? Het pulp gehalte van Dick Bos stelde natuurlijk niet veel voor en de vraag is hoe duivels het verhaal en de plaatjes waren. Ook achteraf kan ik me daar eigelijk niets bij voorstellen.

Actualiteit. De oorsprong van de grenzen werden en worden aangegeven door de gezinsstructuur, de opvoeding, de scholing en de wijze hoe wij in onze samenleving graag willen samenleven. Vandaag de dag zijn de problemen die een groeiende 21ste eeuw samenleving heeft totaal anders dan in mijn jongensjaren. Opgroeien in een milieu waar men precies wist wat wel en niet mocht. Geen Twitter etc. maar de eenduidigheid van ‘de richtsnoer van het leven’. Die werd aangemeten door de interpretatie van bijbel en kerk. Daar was – zeker in mij geval – alles mee verbonden. Dat bepaalde hoe je leefde, wat je dacht, welke school je ging. Het was allemaal heel duidelijk en niet te vergelijken hoe het nu gaat. Maar ook zo’n opvoeding garandeert geen cijfer tien. Soms voelde je de onvrijheid waarbij de ontwikkeling van je persoonlijkheid zo nu en dan aardig op de proef werd gesteld. Ik ga hier geen exposé geven waar ik allemaal problemen mee had. Gelukkig kan ik terugkijken op een mooie jeugd, in een prachtige woonwijk. De problemen van toen zijn nu probleempjes geworden en zelfs die zijn al heel lang geleden door de tijd zoekgeraakt.

231042sjors
In de oorlog werd niet alleen Dick Bos verboden door de bezetter maar ook andere delen d=van tijdschriften die te maken hebben met strip activiteiten.

Dick Bos in de klas. In de vijfde of zesde klas van de lagere school (nu dus groep 8 of 9 van de basisschool) was plotseling het geheim van de jongens in de klas dat ‘we’ een Dick Bos boekje hadden. Dat wil zeggen een van de jongens had een boekje bemachtigd en vertelde daar in kleuren en geuren over. Omdat stripboeken – en zeker de ‘vulgaire’ Dick Bos – bij ons op school niet gelezen mochten worden moest je daar met de nodige handigheid mee omgaan. Dick Bos was dus onze verboden vrucht waarmee we voorzichtig mee omgingen. De afspraak was dat het boekje zou circuleren via een geheimzinnig overdrachtsplan waaraan alle jongens van de klas mee zouden doen. Dus er werd een lijstje gemaakt wie aan wie Dick mocht doorgeven en hoe dat via illegale wegen kon gebeuren zodat het onderwijzend personeel niets zouden ontdekken. In mijn geval en vele anderen kwam het probleem er nog bij dat het thuis ook niet ontdekt mocht worden. Het was dus een spannend avontuur zowel het lezen als ook het hele proces er omheen. Na schooltijd kreeg ik het verfrommelde kleine boekje (ongeveer een kwart A4) van Corrie – de zoon van de melkboer- die het in zijn laars had opgeborgen en ik stopte het direct onder mijn trui in de band van m’n broek. Met rode konen las ik ‘s’avonds de verboden lectuur. Ik herinner me dat het spannend maar vooral anders was dan ik had bedacht.

Wie was Dick Bos? In die tijd was Dick Bos al behoorlijk populair in bepaalde kringen. De eerste uitgave van de serie verscheen in 1941 en ontwikkelde – na het verbod in oorlogstijd – tot plm.1949 met een aantal van dertig boekjes. Ook werd er daarna een tweede serie uitgegeven via een ander uitgeverij en tot 1968 verschenen er in totaal 70 Dick Bos boekjes. Ik denk door de papierschaarste rondom de eerste jaren van de oorlog werden de boekjes in een nog kleiner afmetingen dan het bekende pocketboek uitgegeven en ook dat maakte de boekjes speciaal. Volgens velen maar zeker ook de Christelijke school verenigingen was het een serie die sterk werd bepaald via Amerikaanse invloeden waarbij drank, obscure kroegen, ongure gangster types een belangrijke plaats in namen. Bovendien werden de conflicten opgelost door gemene gevechten. Dat het hier ging om de jiujitsu sport dat werd niet herkend.

4ad742f0-755f-012b-a394-f82eb4326757
“De Blauwe Diamant” no.12 van de MAZ-serie

De Blauwe Diamant. Het boekje waarmee ik met een rood hoofd de trap opliep was deel 12 en had de titel “De blauwe diamant’. Later leerde ik dat het was uitgegeven in 1942 en herdrukt werd in 1952. Maar ik had de eerst druk onder mijn broekriem. Na de lager school heb ik Dick Bos nog een beetje gevolgd. Niet uit pure interesse maar uit nostalgische gevoelens en soms kon ik de verleiding niet weerstaan en kocht ik nog een nieuw exemplaar. Het blijkt dat veel anderen altijd van Dick Bos zijn blijven houden. De originele uitgaven worden veel verkocht via internet en de complete serie levert al een aardig kapitaaltje op. Niet lang geleden schreef Henk Hofland nog een stuk in de NRC over zijn liefde voor de privé detective Bos. Hoflands typering van Bos klopt aardig met mijn herinnering. Hij stelt zich de held als ’t volgt voor: “De onsterfelijke Bos moet ongeveer twee meter zijn, en met zijn spieren en beendergestel en vooral zijn kaken een kilo of honderd wegen. Geen grote woorden schat, maar korte zinnen en directe reacties die altijd – dreigend, ironisch, gewone conversatie, en ook in het buitenland (China, Texas, Afrika) – doeltreffend. Het handelen van Dick Bos is maar één woord voor: bliksemsnel. Resultaten: navenant. Dit bij elkaar hadden wij in onze striphelden in die tijd nog niet aangetroffen”

Kip ik heb je. De schrijver was Alfred Mazure die als MAZ de tekeningen signeerde. Er is een interessant boekje verschenen [1] waarin alles over Dick Bos en zijn schepper wordt verhaald. Mazure (1914-1974) was een bijzonder schrijver tekenaar die in staat was korte dialogen te schetsen die zeer treffend waren en werden ondersteund door zijn tekeningen en de met name zeer duidelijk jiujitsu grepen die de tekst direct ondersteunden. Volgens Hofland bestaat het beste proza bij Dick Bos uit oneliners. Die waren schaars in het Nederlands van zijn tijdvak. Vandaar dat sommige uitdrukkingen ook zo goed bleven hangen. Een goed voorbeeld is: `Kip ik heb je’, nadat Bos de verdachte in de dubbele Nelson had genomen.

schermafbeelding-2016-10-21-om-08-00-09
Alfred Mazure de schrijver van de succesvolle Dick Bos serie (1914-1974)

De bedenker van Dick Bos.  Alfred Mazure werkte sinds 1938 als freelance journalist voor het geïllustreerd weekblad “Weekrevue de Prins”. Hij tekende zijn illustraties voor het weekblad bij de verhalen en verzorgde een strip voor de jongeren met de titel ‘Buikje roodhuid ‘s wondere verhalen’ en voor het oudere publiek startte hij in 1940 een detective vervolgverhaal “Het geval Kleyn” een episode uit het leven van Dick Bos. Dat leidde tot de Dick Bos serie. Dick was een type detective zoals Agatha Christie ook in haar verhalen gebruikte. Een speurneus met een flinke aandacht voor daadkracht.

Begreep ik wat ik las? Ik weet nog heel goed na het lezen van “de blauwe diamant” dat ik het gevoel had van ‘nu heb ik iets gedaan dat verboden was’. Vroeg me dus ook af waarom het lezen van zo’n boekje nu een ‘zonde’ was. Ik vond het lezen van ‘Grote Bertus en kleine Bertus” van W.G. van der Hulst veel meer een zonde. Maar ja dat waren de boekjes speciaal geschreven voor de christelijke jonge kinderen. Maar ik genoot ook van C. Joh.Kieviet “Toen Dik Trom een jongen was”. Maar eerlijk gezegd koos ik toen voor Dick Bos en liet de moralistische kinderboeken links liggen. Maar ja sommige taferelen in Dick Bos begreep ik niet meteen en kon natuurlijk in mijn omgeving geen vragen daarover stellen. Als de particuliere detective de nachtclub ‘De Blauwe Diamant’ in loopt vroeg ik me direct af wat dan wel een nachtclub was? Wie zou dat weten in ons gezin? Maar het was een club waar Dick Bos werd aangezien voor iemand anders. En dan de volgende avond wordt de zangeres die in de club optreedt vermoord. Dan móet Bos een probleem oplossen dat erg gecompliceerd werd doordat zijn vijand ook zijn dubbelganger is. Bos lost de meeste conflicten op met harde hand via zijn grote kennis en bekwaamheid van de technieken van de zelf-verdedigingskunst jiujitsu. De techniek en grepen werden met veel details in de strippen weergegeven. Er kwamen nogal wat vechtpartijen voor en er werden in mijn herinnering rake klappen uitgedeeld. Was dat de reden voor een verbod op deze boekjes? Of waren het aanstootgevende tekeningetjes? Welke dan? Of was het de onkunde op het gebied van de beginselen van jiujitsu? Zou het dan alleen de toepassing van geweld zijn of waren er andere zaken? Ik was me van geen kwaad bewust en vond het allemaal erg spannend en vervelend dat ik iets gelezen of gezien had dat ik geheim moest houden.

schermafbeelding-2016-10-21-om-14-57-51
De brief van de minsister Rutten die waarschuwde tegen de verderfelijkheid van Dick Bos en zijn avonturen.

De regering en de strips. Gedurende de jaren veertig en vijftig kregen de beeldromans veel kritiek te verduren. Ouders wierpen de boekjes in de allesbrander en in de media verschenen diverse artikelen over de verderfelijke invloed van deze strips. Met name werd ook Dick Bos daarbij hevig bekritiseerd. Die mening was min of meer algemeen en kwam dus niet allen vanuit de kerkelijke hoek. De toenmalige regering had ook een duidelijke gedachten over stripboeken en Dick Bos in het bijzonder. Op 19 oktober 1948 stuurde het Ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen een brief naar alle scholen over deze strips. De minister Frans Jozef Theo (Theo) Rutten (1899-1980) lid van de KVP (Katholieke Volks Partij die is opgegaan in het CDA) wees op het gevaar dat een deel van de Nederlandse schooljeugd veelvuldig z.g. beeldromans leest. De mening van de regering werd als’t volgt in een brief gesteld: “Deze boekjes bevatten volgens de minister een samenhangende reeks tekeningen en teksten die over het algemeen van een sensationeel gehalte zijn zonder enige andere waarde. Hij kan niet strafrechtelijk optreden en zelfs niet de papier leverancier verbieden papier te leveren aan de drukker van de boekjes. Want papier is op de vrije markt beschikbaar. Hij is er van overtuigd althans de brief, dat op veel scholen het lezen van deze boekjes zo veel moeglijk wordt tegengegaan. Ook stelt hij het op rijs dat gij het personeel uwer school, wellicht ten overvloede , op wilt wijzen dat het gewenst is toe te zien, dat de leerlingen de beeldromans niet in de school brengen of onder hun makkers verspreiden. Waar de omstandigheden dit wenselijk maken de leerlingen te wijzen op het zeer oppervlakkige karakter van deze lectuur en op de talrijke boeken, die hun belangstelling meer waard zijn”. Alhoewel wij die brief niet kende voelde we intuïtief wel aan dat wat wij deden ten strengste niet mocht.

Werkend vergif en verfrissende drank. Het was vanzelfsprekend dat ook in het christelijke nationaal weekblad ‘De Spiegel’ werd gewaarschuwd door de schrijver van kinderboeken W.G. van der Hulst: ,,Ik vind deze boekjes een langzaam, maar zeker werkend vergif. Ze hebben m.i. iets van opium.” En de Groene Amsterdammer liet zich ook niet onbetuigd: ,,En zijn dit geen handgrepen om met alle geweld een domme afgestompte massa te fokken, een smakelijke voedingsbodem voor elk totalitair streven.” Andere literatoren waarvan ook Godfried Bomans braken zelfs een lans voor de beeldroman. Ook de eerder genoemde columnist Henk Hofland was een groot liefhebber van de Dick Bos boekjes zo ook de componist Louis Andriessen en de filmer Paul Verhoeven. Het eerste Dick Bos boekje bleek in 1941 nauwelijks te verkopen (voor 25 cent). Op verzoek van Alfred Mazure liet de uitgever de werkjes gratis uitdelen bij scholen, met als gevolg dat de boekjes in korte tijd razend populair werden. Dat was, volgens sommige opiniemakers wel te begrijpen in een tijd van onderdrukking en bezetting. Veel Nederlanders wilden zich wel spiegelen aan deze onberispelijke Hollandse held, die zich met de blote knuisten kon ontdoen van de alle gewiekste vijand. (Later bood de Duitse SS Alfred Mazure handen vol geld om Dick Bos tot een Duitse held (Deutschfreundlich) te maken – Mazure weigerde, met als gevolg dat de boekjes niet meer uitgegeven mochten worden).

 strips-campagnebeeld-site-220x300De tentoonstelling ‘Meermano en de Nederlandse strip geschiedenis’. In 2013/2014 was er in het Museum Meermanno in Den Haag een tentoonstelling te zien over 200 jaar stripgeschiedenis in Nederland. Strips, zegt u, ja strips krijgen steeds meer belangstelling. Op de tentoonstelling neemt men de bezoeker mee door twee eeuwen van de voorlopers van de strip, zoals de centsprent (te koop voor 1 cent met afbeeldingen en soms tekst vaak voor kinderen gemaakt), tot de actuele stand van zaken. Vele thema’s komen aan bod, zoals maatschappijkritiek, opvoeding en illegale uitgaven. Alle grote helden, van Dick Bos tot Olie B. Bommel en Franka passeren de revue. De grote strips zoals Sjors, Pep en Eppo maar anderen worden uitvoerig behandeld en per periode zijn er biografieën van de belangrijkste tekenaars. Van deze tentoonstelling is ook een boek verschenen. Dick Bos neemt daar een prominente plek in.

46762-strips-omslag-1bew
Het boek dat gelijk met de tentoonstelling is uitgegeven.

Vooruit met de geit. Waarom vonden wij Bos nu zo’n geweldige figuur? Hij kende geen twijfel en was stoer. Kende geen gevaar en kon alle zaken zelf opknappen soms zonder vuisten maar meestal met een flinke tik of een uitgekiende jiujutsie worp. Hij bewoog zich zelfbewust en dat was bij jongetjes uit gereformeerde gezinnen niet altijd het geval. Wij werden, dat mag je toch wel stellen, behoorlijk beschermd opgevoed. Het lezen van Dick Bos heeft er nooit toegeleid dat ik me wilde bekwamen in vechtsporten. In tegen deel. Ik heb een grote hekel aan vechten, boksen, jiujitsu het leek me echt niks. Maar het taalgebruik van Dick Bos trok me meer. Het was zo anders dan we gewend waren. Vaak korte zinnen met uitdrukkingen die ik niet kende. Hij gaf iemand geen harde klap maar een ‘watjekou’. ‘Plenty’ had zelfs iets van een stopwoord. link voor ‘gevaarlijk’, en ‘klabak’ en ‘smeris’ voor ee3n politieagent of ook wel ‘rus’ (afkorting voor rechercheur).  Een ander uitdrukking die me altijd bij is gebleven: ‘Vooruit met de geit’. Het is gebleken dat die uitdrukking niet door Mazure is bedacht maar in 1908 al in ander literatuur is gebruikt.

Later ontdekte ik dat het woord “sapperloot” – dat ik regelmatig gebruik – kennelijk ook geleend is uit een van de boekjes van Dick Bos. Het schijnt terug te voeren zijn als een bastaardvloek maar de vraag is of iemand zich dat realiseert. Ook mijn vader gebruikte, als een echte mannenbroeder regelmatig het woord ‘sapperdekriek’ dat bij nader onderzoek ook hoort tot de groep bastaartvloeken. Wat niet weet wat niet deert maar zo verging het niet met de veroordeling van de Dick Bos boekjes. Iedereen was er tegen en maar weinigen hadden ooit een boekje in handen gehad laat staan gelezen.

 Mislukte geheime missie. Toen ik het boekje uit had moest ik het doorgeven aan een jongen die niet alleen ook bij ons in de kerk zat maar zijn vader ook bij de politie werkte en dus een collega van mijn vader. De afspraak over de transactie was goed gepland. Op zondag uit de kerk zou ik hem opzoeken en het kleinood overhandigen. Dat lukte prima. Hij was blij met de ontvangst en ik met het feit dat ik weer kwijt was. Kennelijk ging er iets fout. ‘s Avonds stond zijn moeder bij ons voor de deur die vertelde dat ik verboden boekjes in mijn bezit had en dat zij het bewuste boekje in de kachel had gegooid. Onze kinderen zei ze met een flinke stem, lezen dit soort boekjes niet. Mijn vader die haar te woord stond vertelde haar dat hij het zou gaan uitzoeken. Dat deed hij onmiddellijk nadat de deur was dichtgetrokken en de moeder ons huis verliet liep hij naar boven en zag natuurlijk dat ik niet sliep en begon direct met een paar vragen. Half onder de dekens had ik geen moeite om er eerlijk op te antwoorden en de volgende dag liep hij met mij mee naar school waar hij het hoofd van de school (‘de bovenmeester’) aansprak. Alle details ken ik niet maar veel later heb ik begrepen dat hij naar de ouders van de eigenaar is geweest en hen verteld heeft hoe en door wie het boekje werd verbrand. Hij vertelde me ook dat hij de ouders van mijn klasgenoot 40 cent had gegeven om een nieuw exemplaar te kopen. Dat was wel wat. Geld geven aan iets dat je verwerpelijk vind. Hij deed dat, zoals hij later vertelde, om te voorkomen dat mijn klasgenoot het mij zou aanrekenen. Dat is ook nooit gebeurd.

_85
Een aantal van de 70 deeltjes van de ‘Avonturen van Dick Bos’ met de verheffende titels” Wraak”, “Zoek de Bom” en o.a. “De dertien afgodjes””.

De jongen die het boekje te zichtbaar in zijn familie liet slingeren heeft me een paar weken vermeden. Hij voelde zich schuldig. Maar ja wie was nu schuldig. Alle jongens van de klas? Of de zeer merkwaardige houding van onze regering en opvoeders die dachten met dit soort maatregelen ons in het gareel konden houden. Zoiets moed natuurlijk uit in een ‘mission imposible” omdat er alleen maar verboden werd en er een gesprek over hoe en waarom uitbleef. Na de blauwe diamant heb ik later nog wel wat boekjes gelezen tot dat ik ze vreselijk stom begon te vinden. Maar eerlijk is eerlijk dat had ik al eerder met de boeken van Kievit en van der Hulst. Alhoewel, als ik W.G. van der Hulst “In de soete suikerbol” uit mijn kast haal ben ik verbaasd wat dat me doet. Want die bakker van de hoek en zijn vrouw waren toch zulke leuke mensen en daar kan je na 70 jaar nog steeds niet genoeg van krijgen.

Referentie: [1]. Rich Thomassen: De wereld van Dick Bos. Elmar, 192 blz.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *