zaterdag 30-04-2016: Amsterdam (IV): Rembrandt op de Dijk

Ik heb eerder (zie in dit blog de bijdrage) op zondag 20-03-2016) geschreven over de rol die de Spaarndammer-dijk in mijn jonge leven heeft gespeeld.

20160425_193730
De loop van de Spaarndammerdijk Dijk in het blauw aangegeven in een deelkaart van het Hoogheemraadschap Rijnland van 1746: Amsterdam-Halfweg-Haarlemmerliede

De (zee)dijk was natuurlijk oorspronkelijk aangelegd om het opkomende water tegen te houden zodat de Amsterdammers droge voeten hielden. Maar op en rond de dijk was veel natuur en boerenbedrijvigheid en dat maakte het gebeid ideaal om een mooie wandeling te maken en te genieten van de natuur en idyllische plekjes. De Spaarndammerdijk is de oudste dijk van Amsterdam met een oorspronkelijke lengte van plm. 20 km en die begon als Nieuwen  dijk in het centrum van Amsterdam en doorliep tot Spaarndam. Het merendeel van de oorspronkelijke dijk is verloren gegaan tijdens stadsuitbreidingen en de groei van de bedrijvigheid (industrialisatie) van de stad waarbij men de cultuurhistorische geschiedenis heeft genegeerd. Maar gelukkig ligt er zo hier en daar nog een paar honderd meter en we moeten er met z’n alle voor zorgen dat die stukken blijven bestaan. De delen van de Spaarndammerdijk en het nog bestaande aangrenzende veenweidelandschap vormen al met al een boeiend ‘geschiedenisboek’. Ook hier hebben we een zorgplicht. Een cultuur bouw je langzaam op maar is in de 21ste eeuw o, zo snel, afgebroken.

33. Leo X (pave 1513-1521) bandlyste Luther
Paus Leo X

Toen wij, als ravottende jongetjes, direct na de oorlog de dijk als onze ‘speeltuin’ gebruikten hadden we geen benul waarom die dijk daar lag en we realiseerde ons niet eens dat het een dijk was. We wisten natuurlijk ook niet dat er ooit een Paus zich met ‘onze’ dijk had bemoeid. Sterker nog, als protestantse jongentjes wisten we niet eens wat een Paus was? Ten gevolge van twee flinke dijkdoorbraken was de watersnood rampzalig. Daarom kondigde Paus Leo X ( Paus van 1513-1521) in 1515 een dijkaflaat af. Om deze aflaat te verdienen dienden de gelovigen een bedrag te storten in een speciaal offerblok. Van de opbrengst was twee derde bestemd voor het dijkherstel en een derde voor de Kerk, en men bedoelde natuurlijk de bouw van de Sint Pieter te Rome.

1500 KarelV
Karel V

Maar toen ging ook de jeugdige en machtige Karel V (1500-1558) zich met de dijk bemoeien nadat hij op 15 juni 1515 was ingehuldigd in Haarlem en over de dijk naar Amsterdam reed. Hij zag en voelde dat de dijk in zeer slechte conditie was. Twee weken later benoemde Karel V een superintendent voor het dijkwezen die moest zorgdragen voor herstel van de dijk en het toekomstige onderhoud. Ook werden de sluizen van Spaarndam en van de Spaarndammerdijk ter hand genomen. Dat was een kostbare operatie en de mensen die aan de dijk woonden en dijk-plichtig waren konden het bedrag dat men moest afdragen voor het onderhoud vaak niet betalen. Karel V bedacht een slimme truc. Hij verkreeg van de Paus Leo X voor elkaar dat de fameuze dijkaflaat niet meer geldig was en dat daarvoor in de plaats een aflaat werd aangeboden aan iedereen die geld gaf voor het herstel en onderhoud van de dijk en daarvoor dan een aflaat ontving waarmee meteen de zonden zijn vergeven. De Spaarndammerdijk werd niet alleen gebruikt door vooraanstaande personen maar ook door de Amsterdammers die buiten wilde zijn en af een toe een (flinke) wandeling wilde maken. Bovendien werd de dijk gebruikt om via de weg van Haarlem naar Amsterdam te reizen. Na 1632 kon men ook op en geriefelijke manier gebruik maken van de Haarlemmer(trek)vaart die liep van de Haarlemmerpoort in Amsterdam tot de Amsterdamse poort in Haarlem.

Spaardammerdijk rondom 1800: schermafbeelding 2016-04-24 om 14.36.37
Boerderij Spaarndammerdijk plm. 1800

De gebieden naast de Spaarndammerdijk waren ook zeer geliefde plekken voor ‘stadsboeren’ en in de 17e en 18e eeuw stonden daar nog heel wat boerderijen. Op de plaats van het kerkhof St. Barbara lag in die tijd een prachtig buiten dat vanaf 1635 werd bewoond door de Amsterdamse burgemeester Gerrit Schaep. De bomen en de dijk bij Sint Barbara zorgden voor een idyllisch plaatje en het was daar heerlijk om te wandelen. Ook Rembrandt van Rijn heeft hier regelmatig gewandeld en schetsen gemaakt.

Hofstede Burgemeester Schaep_0003
Boerenhoeve van Burgermeester Gerrit Schaep die in de jaren 1637,1641,1644 en 1646 in Amsterdam burgermeester was.

 Rembrandt (1606-1669) was na te zijn vetrokken uit zijn geboorte stad Leiden (1631) van Amsterdam gaan houden en hield ervan de stad te leren door flinke stukken te voet af te leggen zowel in de stad maar zeker ook in het buitengebied. Wanneer hij wandelde had hij altijd zijn schetsboek bij zich. Direct na zijn verhuizing woonde hij bij de kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh in de sjieken Breestraat de tegenwoordige Jodenbreestraat. Op het juist moment zou je zeggen want de Gouden eeuw was op haar hoogtepunt. Een aantal jaren daarna kocht hij een huis naast dat van Hendrick en woonde daar samen met zijn vrouw Saskia van Uylenburgh (16121642). Ze trouwde in 1634 en kregen vier kinderen, van wie er drie kort na de geboorte overleden. Alleen hun zoon Titus (1641) bleef leven. In dit huis, het tegenwoordige Rembrandthuis heeft Rembrandt nog tot 1658 gewoond en is daarna op de Rozengracht gaan wonen.

Bolwerk Rose RoΩengracht
Bolwerk Rose op de Rozengracht

 

In de Jodenbreestraat kon hij schilderen, tekenen en etsen en ook zijn geheimzinnige kleuren verf prepareerde. Rembrandt was een meester om met een bescheiden aantal pigmenten de meest uiteenlopende unieke kleuren maken. Naast zijn schilderijen maakte hij meer dan 200 etsen en duizenden tekeningen waarvan zeker 200 landschapstekeningen. Die tekeningen en etsen maakt hij ook buiten de deur tijdens wandelingen  zowel in als buiten het stadscentrum. De tekeningen maakte hij met krijt, rietpen of penseel. Soms zijn de tekeningen schetsmatig meer altijd met een fraaie ruimtelijke sfeer.

Tekening Rembr.Keizersgracht
Keizersgracht
Windmolen op weg S.dijk
Windmolens op weg naar de Spaarndammerdijk

Aan het einde van de eerste helft van de 17e eeuw trok Rembrandt er dus regelmatig op uit met zijn tekenspullen. Hij legde dan situaties vast die hij belangrijk vond en vaak met en minimum aan details.  En hierbij ging het hem niet om de belangrijke ‘hooggeplaatsten” die hij in zijn schilderijen afbeelden maar om de gewone dingen des levens. De wandelingen in het buitengebied van Amsterdam inspireerde hem om het Hollandse landschap steeds meer vast te leggen in zijn etsen en tekeningen. Zo verbleef hij  uren langs de Amstel, Kostverlorenvaart maar ook in de richting Diemen en Sloten om taferelen van de stad en platteland vast te leggen.

Zijn stadstekeningen werden niet gemaakt van mensen en markten. Mensen kom je zelden tegen op zijn tekeningen die hij heeft gemaakt in Amsterdam maar ook daarbuiten. Ook van industrieën en verkeer zoals karren en koetsen ontbreken. In zijn tekeningen hield Rembrandt het simpel – in tegenstelling tot zijn grote schilderijen. Tijdens zijn lange wandelingen maakte hij tekeningen van boerderijen, oude schuren, hekjes, slootjes en bomen. Zelden kom je dieren of mensen tegen. Je zou kunnen zeggen dat hij twee levens had namelijk die van het grootse met de gigantische schilderijen en opdrachten van de rijke families en vooraanstaande personen en rijken van de Gouden Eeuw. Maar ook het alledaagse trok hem zeer aan. Toch is Rembrandt bij uitstek de schilder van de Gouden Eeuw die in Amsterdam rijkelijk aanwezig was. Het aantal kunstenaars bv groeide bij de dag. Men had weer geld voor luxe. In Amsterdam gebeurde het en het werd met Bredero, Vondel en P.C. Hooft een bloeiende cultuurstad. Rembrandt en zijn leerlingen hadden er hun werkplaats. Maar ook Frans Hals en Johannes Vermeer en de filosofen van de verlichting zoals Descartes en Spinoza waren aanwezig. Rembrandt was geen populist die expliciet meeging in zijn tijd maar had wel feeling met zijn tijd en wist maar al te goed dat niet de buitenklant maar het innerlijk leven het fundament was van de nieuwe tijd. Misschien staat dat wel een beetje in contrast met zijn soms pompeuze gigantische schilderijen van de rijke vooraanstaande persoenen met alles er op en er aan en met te veel bombastische vertoning van pracht en praal.

Houtkopersburgwal bij Zuiderskerk
Houtkopersburgwal met zicht op de Westerkerk

Rembrandt had een niet al te makkelijk leven en vanaf 1642 sloeg het ongeluk toe. Drie van zijn kinderen stierven en ook zijn echtgenote Saskia overleed met achterlating van de nog zeer jonge Titus, hun zoontje. In die periode ging het ook zakelijk allemaal wat achteruit. Met name ook in die tijd trok hij er regelmatig op pad om zijn zorgen tijdens zijn wandelingen even te vergeten? Na de dood van Saskia kreeg hij een affaire met Geertje Dircx (±1612-±1656). Later (±1647) kwam Hendrikje Stoffels (1622-1663) als dienstmeisje in huis en dat groeide uit tot een echte relatie waaruit ook dochter Cornelia in 1654 werd geboren. Hendrickje en Rembrandt zijn nooit getrouwd maar zij heeft tot haar dood de zakelijke kant van de schilder Rembrandt in redelijk goede banen geleid. In 1656 werd Rembrandt failliet verklaard. Hendrikckje en zijn zoon Titus (toen 15 jaar) begonnen een kunsthandel, waarin Rembrandt als werknemer was opgenomen.

0608-rembrandt-nederland-1
Postzegel met Saskia, ets uit 163

Van zijn woonomgeving heeft Rembrandt ook een aantal schetsen gemaakt vaak met zwart krijt. Er was veel water in de omgeving van de Jodenbreestraat omdat de nieuwe wijk die toen is gerealiseerd bestond uit een vijftal kunstmatige eilanden met daarop de woonhuizen. Het verkeer ging voornamelijk per boot door de grachten die tussen de schiereilanden lagen. Er ontstonden ook scheepswerven en andere industriële activiteiten. Het was een levendige buurt. en van welke kant je ook keek zag je van dichtbij of op afstand de Zuiderkerk toren. zuiderkerk in beeld. Maar naast de stadsgezichten waren het ook de landschappen die zijn aandacht trokken.  Veel schetsen maakte hij van de Amstel want daar liep hij regelmatig als hij de stad uitging.  In de tijd dat Rembrandt in Amsterdam verbleef stond het IJ nog in open verbinding met de Zuiderzee. Dijken moesten de stad beschermen. Vanaf de monding van de Amstel liep er een dijk in westelijke richting naar Spaarndam en Haarlem (de eerder genoemde Spaarndammerdijk) en een ander naar het oosten met de richting Diemen en het Gooi. Laten we hem even volgen als hij een tocht ondernam via de Spaarndammerdijk. Via de binnenstad kwam hij uit bij de Haarlemmerpoort en verliet daar de stad. Als hij zo liep tussen het IJ (aan zijn rechterhand) verlaten en is rechts het IJ met “Slooten Buytendijks” en links de “Over Braaks Polder” dan zag hij terugkijkend een stad met veel windmolens. De dijk was voor mij een belangrijke plek maar in de tijd van Rembrandt was het een kronkelige weg met relatief druk verkeer tussen Amsterdam en Haarlem. Tot de aanleg van de Haarlemmer(trek)vaart in 1632 naam de verkeersdrukte af en kon je prachtige tochten maken zonder gestoord te worden. De Spaarndammerdijk die aan de rand van de stad lag met zijn prachtige uitzichten over hooiland en daarachter een vergezicht over het IJ. Aan de ander kant zag je plassen water de z.g Braakjes. De dijk slingerde dwars door de Overbrakerpolder. Overal lagen daar boerderijen en boerderijtjes. Waarom heen bomen stonden maar de rest van de omgeving was kaal met veel lucht en uitzicht op het water. De Dijk liep door tot Halfweg en boog naar Spaarnwoude en kwam uit in Spaarndam. Halverwege passeerde je het dorp Sloterdijk. Veel plekken zijn door Rembrandt vastgelegd.

Het is aardig te weten dat 300 jaar voordat wij speelden op de dijk met hoepels en een bal daar ooit Rembrandt ook liep zonder hoepel maar met potlood en schetsboek. En dat later zijn schetsen en tekeningen over de gehele wereld geliefd zijn. Onze bal is zoek, maar de herinnering leeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *