Zaterdag 3 december 2016: Twee kaatseballen in een net……

De zin ‘Twee kaatseballen in een net…’ komt in mijn herinnering voor in de mooie hymne ‘O kom er eens kijken” dat ik ooit uit volle borst zong in afwachting van een pakje.

Het was een spannende tijd en elk jaar was het raak. Maar op een gegeven moment kon je zingen wat je wou, die kaatsesinterklaaskaart-03ballen kreeg je niet. Bovendien wist ik niet wat je met kaatseballen kon doen. Dit weekend zullen er weer veel kinderen met rode hoofden zingen en zenuwachtig wachten wat er in die zak zit. Eigenlijk een steeds terugkerend ritueel. Van ouders op kinderen dat noemen we toch traditie! Hoe komt z iets in de wereld en wat weten we eigenlijk van die goed heilig man? Minder dan we denken. In ieder geval is St. Nicolaas de beschermheilige van meer dan 50 groepen van mensen zoals ongehuwde meisjes, scholieren en kinderen, maar ook van schippers, vissers en schipbreukelingen. Elementen hiervan zijn terug te vinden in de tradities van onze sinterklaasviering. Maar wat er ook allemaal over Sinterklaas wordt verteld er is natuurlijk een diepere betekenis van het feest. Dat is misschien wel het belangeloos iets geven aan een ander, zonder dat die persoon dat verwacht. Je moet de ontvanger niet opzadelen met gedachten van erkenning, dankbaarheid en dwang tot een tegenprestatie. In principe hoort het geven van een presentje dan ook anoniem te gebeuren en verpakt zijn als een surprise. Bovendien moet er toch een gedichtje bij waar iets persoonlijks van de ontvanger op een humoristische wijze is verwerkt. Het gedicht bevat dan of een lichte vermaning of een steekje onderwater. Mooi is ook de ander te prijzen voor het positieve gedrag en stille optreden van de ander in de maatschappij bv ten aanzien van familie, vrienden of vreemden. Het Sinterklaasfeest is op die manier een uitwerking van naastenliefde. Dergelijk gedrag moet eigenlijk niet alleen op de feestdag van de Sint plaats vinden maar ook de andere 364 dagen. Maar ja….? Die ene keer vergoed al veel en zorgt zeker voor een feestelijk gevoel bij de ontvanger en het laat de gever ook niet onberoerd.

 Vijf december. Zo’n 65% van de bevolking viert dan de ‘verjaardag’ van Sinterklaas en men geeft elkaar uit naam van de goedheiligman cadeautjes. Ten onrechte denkt men vaak dat dit een eeuwenoude traditie is. Het feest van Sint-Nicolaas bestaat weliswaar al meer dan 700 jaar, maar veel elementen van de huidige Sinterklaasviering hebben pas vanaf 1850 vorm gekregen.

www.heiligen-3s.nl/heiligen/12/06/12-06-0350-Nicolaas-Myra.php +++ < 1700. Russich icoon Duitsland, Recklinghausen, Ikonenmuseum Nicolaas als jongetje naar kloosterschool gebracht.
Nicolaas als jongetje naar kloosterschool gebracht. Icoon gemaakt in Rusland voor 1700.

Zo is de nu algemene sinterklaasavond of pakjesavond in huiselijke kring van betrekkelijk recente datum. Volgens de heilige kalender van de katholieke kerk is 6 december de gedenkdag van de heilige Nicolaas en nog tot na de Tweede Wereldoorlog vonden kinderen op de morgen van 6 december de geschenken die Sinterklaas hen had gebracht. Zoals bij veel feesten, werd echter ook de vooravond van de eigenlijke feestdag bij de viering betrokken: sinterklaasavond. Dan hadden volwassenen een gezellig samenzijn. In gegoede kringen, en vooral in de steden, gaven volwassenen elkaar op die avond al in de negentiende eeuw geschenken. Dit gebruik verspreidde zich pas gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw over het hele land en naar andere sociale lagen van de bevolking. Kinderen werden steeds meer betrokken bij deze pakjes- of surpriseavond. Vandaag de dag geldt 5 december algemeen als de ‘verjaardag’ van Sinterklaas. Maar hoelang nog en in welke vorm?

Probleempjes met Sinterklaas? Er zijn een paar probleempjes rondom de ooit zo geaccepteerde Sinterklaasviering namelijk de aanwezigheid van een zwarte knecht en de opkomst van Santa Claus. Die laatste is eigenlijke een pseudo Sinterklaas die ons ontslaat van het maken van gedichtjes en surprises. Want de uit Amerika overgewaaide man op een slee vindt het voldoende wanneer op kerstmorgen de cadeaus mooi ingepakt onder de boom liggen. Als zijn PR gaat winnen dan is het gedaan met een mooi volksfeest waarbij het niet gaat om hoe Sinterklaas en zijn knechtjes er uit zien maar om de geweldig aardige tradities van rijmen, dichten en knutselen aan een surprise die maar niet wil lukken. De legenden over St. Nicolaas worden vaak toegelicht en geïllustreerd door een tentoonstelling ”Huis van Sinterklaas” in het Museum Catharijneconvent waar ook dit jaar de Sint logeert van 12 november t/m 5 december. Enkele van de vele legenden zijn:

Nicolaas, een bijzonder kind. Volgens de legende was Nicolaas als baby al heel bijzonder. Toen hij net geboren was en gewassen werd, ging de kleine Nicolaas rechtop in zijn waskom staan en dankte God voor zijn bestaan. Hij was vroom vanaf het eerste moment. Want op woensdag en vrijdag vastte hij en weigerde van de moederborst te drinken.

Redder op zee. Nicolaas reisde per schip naar Jeruzalem. In een droom zag hij dat er zware storm op komst was. Tijden de reis brak inderdaad hevig noodweer los. Nicolaas bad en ogenblikkelijk luwde de wind en werd de zee rustig. Zonder verder onheil vervolgde de bisschop zijn reis. Al snel na zijn dood werd de heilige Nicolaas beschouwd als de beschermer van zeelieden. Op voorspraak van God zou hij stormen tot bedaren brengen, schepen veilig de haven binnenloodsen en over boord gevallen zeelieden redden

www.heiligen-3s.nl/heiligen/12/06/12-06-0350-Nicolaas-Myra.php +++ < 1400. Icoon Novgorod Rusland, Rostov Nicolaas komt zeelui te hulp die door boze geesten worden bedreigd.
Icoon Novgorod Rusland, Rostov Nicolaas komt zeelui te hulp die door boze geesten worden bedreigd.< (van voor 1400)

De drie meisjes zonder bruidsschat Een huiselijk drama opgelost door Nicolaas, dat is de inhoud van een legende die zeker al voor de achtste eeuw de ronde deed in Myra en omgeving. Een verarmde edelman kon zijn drie dochters geen bruidsschat meegeven, zodat een huwelijk voor hen uitgesloten was. Omdat hij zijn dochters ook niet meer kon onderhouden, dreigde voor hen de prostitutie. De jonge Nicolaas, die genoeg geld erfde, besloot hun eer te redden. In het donker toog hij, geholpen door het maanlicht, naar hun huis. Daar gooide hij drie nachten achtereen ongezien geld naar binnen. Van dank wilde hij niet weten, het moest een verrassing zijn

Geschiedenis. Er is vrijwel niets bekend over het leven van Nicolaas. Hij was in de vierde eeuw bisschop van Myra in Klein-Azië (nu Zuidwest-Turkije). Al in de zesde eeuw werd hij als heilige vereerd in het Byzantijnse Rijk en in de tiende eeuw ook in het westen. Nadat zijn relieken in de elfde eeuw naar Bari (Italië) waren overgebracht, verbreidde zijn verering zich over heel West-Europa. De vele wonderverhalen die na zijn dood rond zijn leven ontstonden, maakten Nicolaas tot beschermheilige van alle mogelijke groepen in de samenleving (zeelieden, kooplieden, ongehuwde vrouwen, kinderen, enz.). Zo werd Sint-Nicolaas een populaire heilige figuur aan wie de namen van talrijke kerken werden gewijd en die in veel plaatsen in Europa werd vereerd.

Fabels genoeg maar hoe zit het nu precies? Een paar zaken weten we wel. Nog even terug in de tijd. Op middeleeuwse kloosterscholen werd de feestdag van Sint-Nicolaas gevierd door scholieren. In de dertiende eeuw werd Nicolaas in Noord-Frankrijk als patroon van schoolkinderen en als opvoeder van de jeugd vereerd. Tijdens zijn feest ‘verscheen’ de heilige in een mirakelspel aan de kinderen, hij bracht geschenken aan ijverige leerlingen en vermaande luie leerlingen. Ook kwam het in deze tijd voor dat leerlingen zelf als verklede bisschoppen de straat opgingen en om geld bedelden, hetgeen met wanordelijkheden gepaard kon gaan. Enkele laat-middeleeuwse Nederlandse bronnen (Dordrecht veertiende eeuw; Utrecht vijftiende en zestiende eeuw) vermelden traktaties aan schoolkinderen, koorknapen en armen op de feestdag van Sint-Nicolaas. In andere bronnen wordt de viering op straat, buiten kerk en klooster, beschreven. Net als op vele andere belangrijke kerkelijke hoogtijdagen werden tijdens het Sint-Nicolaas feest markten en kermissen gehouden. Daar schonken jongelui elkaar harten van suikergoed en vrijers en vrijsters van speculaas. In deze tijd werd ook al de schoen gezet en kon een geheimzinnige hand lekkernijen strooien in huiselijke kring. Verder organiseerden leden van Nicolaas broederschappen (religieuze verenigingen die een belangrijke rol speelden in de organisatie van de Nicolaas verering) behalve processies en missen ook maaltijden. De rooms-katholieke kerk verzette zich tegen deze wereldse uitingen van het heiligen feest. Na de reformatie (16e eeuw) verbood de gereformeerde kerk de kerkelijke viering van dit rooms-katholieke heiligenfeest. De pogingen van predikanten en stadsbesturen om ook het feest op straat en thuis tegen te gaan (wegens wanordelijkheid en verkwisting) hadden echter weinig effect.

schenkman-242x300
Amsterdamse onderwijzer en schrijver van het St.Nicolaas verhaal.

Achttiende- en negentiende eeuw. In de periode 1750-1850 werden vanuit de hogere stedelijke burgerij pogingen ondernomen het sinterklaasfeest te ‘beschaven’. De elite keerde zich in deze tijd van economische achteruitgang tegen leegloperij en verval en dus tegen de viering van het Sint-Nicolaasfeest op straat. Daarentegen stimuleerde zij de huiselijke viering. Het feest werd gebruikt om kinderen aan te sporen tot hard werken op school en tot gehoorzaamheid aan de ouders in ruil voor een beloning van sinterklaas. Luiheid werd gestraft. Sinterklaas werd een feest van bespelers en opvoeders. In de tweede helft van de negentiende eeuw kregen veel elementen van de huidige viering in Nederland vorm, onder andere onder invloed van het prenten boekje van de onderwijzer Jan Schenkman.

Invloed boek van onderwijzer Schenkman. Veel van het huidige feestvorm is mogelijk ook overgenomen uit het Sinterklaasboek van de Amsterdamse onderwijzer Schenkman (1806-1863). Hij publiceerde rond 1850 de eerste editie van een sinterklaasprentenboek. Hierin verscheen Sinterklaas voor het eerst met een (naamloze) bediende aan zijn zijde, een Indisch aandoende man in harem-broek en jasje. In de tekeningen van de tweede editie in 1855 of daaromtrent ziet de bediende eruit als een zestiende-eeuwse Moorse page. Dit beeld is blijven hangen en de naam Piet voor zijn knecht werd voor het eerst gepubliceerd in 1863 en werd daarna steeds populairder. Sint en zijn knecht komen in Schenkmans prentenboek aan per stoomboot vanuit Spanje (toen natuurlijk zeer modern!) en vertrokken weer per trein. Stoute kinderen gaan in de zak. Bij de plaatjes heeft Schenkman 16 korte versjes geschreven, inclusief ‘Zie ginds komt de stoomboot’ (op basis van een Duitse melodie). Het lijkt er erg op dat Schenkman een aantal aspecten heeft verzonnen, al greep hij wellicht terug op oudere voorbeelden. De stoomboot moge nieuw zijn, de associatie van Sinterklaas met de scheepvaart was dat bepaald niet. De figuur van de zwarte knecht is relatief nieuw – in Nederland ging de Sint eeuwenlang alleen door de wereld. Misschien kende Schenkman de zwartgemaakte schooljongens uit de middeleeuwen.

sint-3-202x300

Of wellicht verzon hij een ‘ouderwetse exotische bediende’ zoals die op zeventiende-eeuwse schilderijen te vinden zijn, als aannemelijk begeleider van een stokoude heilige uit een ver land. Waarom en sinds wanneer dat land Spanje werd is ook al onduidelijk. Misschien speelt een rol dat Bari, de stad waarin de relieken van Sint-Nicolaas lange tijd lagen, ooit tot het Spaanse Rijk behoorde. Bovendien gold Spanje toen als ver, rijk en machtig land waar allerlei lekkers vandaan kwam, zoals specerijen, vijgen, noten en sinaasappelen, die op de sinterklaasmarkten in Amsterdam in december altijd te vinden waren. Het nieuwe duo Sint en Piet verdeelde de taken. De straffende kant van Sint werd steeds meer overgenomen door Piet, die dreigt met het in de zak stoppen van kinderen en meenemen naar Spanje. Overigens kom je dat gelukkig niet meer tegen bij de huidige knechten.

In de herdruk van Schenkmans boek (1885) is de zwarte knecht uitgedost in kledij die wij vandaag de dag nog gebruiken. Dit in tegenstelling tot de uitdossing van de zwarte knecht in de eerste druk uit 1850. Zoals we zagen werd vóór de Reformatie op 6 december een groot feest gevierd: de heilige bisschop Sint Nicolaas werd vereerd. Natuurlijk in een uitermate roomse saus. Na de Reformatie is geprobeerd dit feest in de gereformeerde gebieden uit te roeien, maar het feest bleek te zeer ingeslepen te zijn. Bovendien had men in die wereld ook middenstanders. De inhoud van het feest wijzigde wel in de loop der tijd. Langzaam aan veranderde Sint Nicolaas in Sinterklaas. Eind achttiende eeuw kwam het beeld op van bisschop Sint Nicolaas te paard die geschenken aan kinderen uitdeelt. In de negentiende eeuw beloonde hij de goede kinderen en strafte de slechte en was er aandacht voor de arme kinderen. Deze pedagogische elementen van de Sinterklaastraditie, die Schenkman in zijn prentenboek verwerkt heeft, zijn gestoeld op de opvoedingsidealen van de gegoede burgerij in die tijd. Voor het eerst ging men zich om arme kinderen bekommeren. Sinds de middeleeuwen waren er wel weeshuizen, maar verder werd er nauwelijks omgekeken naar kansarme kinderen. In de negentiende eeuw was er op grote schaal aandacht voor het individuele kind. Christelijke instellingen richtten (her)opvoedingstehuizen op, waarin arme kinderen opgevoed werden tot deugdelijk burger. De laatste twee regels van Schenkmans lied herinnert aan de opvoedkundige normen van die tijd: ‘Wie zoet was, krijgt lekkers; Wie stout was, een roe.’

 sint-2-208x300Schenkman was een modern man. Dat Jan Schenkman, een Amsterdammer die in de Jordaan onderwijzer was op een Stadsarmenschool, een Sinterklaasboek heeft geschreven, is niet verwonderlijk. Ten eerste was zijn nevenfunctie tekstschrijver en ten tweede was Amsterdam de plaats waarvan Sint Nicolaas al in de middeleeuwen beschermheilige was. De goedheiligman stond ook bekend als beschermer van de handel en zeevaarders. Amsterdam was historisch gezien de belangrijkste handelsplaats van Nederland en kon de beschermende kwaliteiten van Sint Nicolaas dus goed gebruiken. Schenkman introduceerde met zijn lied en bijhorende prent ‘Zie ginds komt de stoomboot’ de jaarlijkse Sinterklaasintocht in Amsterdam. Amsterdam werd ook wel ‘de hoofdplaats der sinterklaasvreugd’ genoemd. Maar waarom gebruikte Schenkman de stoomboot als vervoermiddel van Spanje naar Nederland? In de negentiende eeuw werd een belangrijke uitvinding gedaan: de stoommachine. In de tweede helft van de negentiende eeuw was de stoomboot een ontzettend modern vervoermiddel. Schenkman deed geheel recht aan de status van Sinterklaas door hem op een stoomboot te plaatsen. Dat maakte hem modern en gaf de heilige baas ook status. Op het einde van het Sinterklaasboek vertrekt de goedheiligman samen met zijn knecht in een luchtballon. De luchtballon werd eind achttiende eeuw uitgevonden en only the happy few konden er gebruik van maken. De Sint was dus ‘happy few”.

Twintigste eeuw. De eerste decennia van de twintigste eeuw bestonden er nog grote regionale en sociale verschillen in de viering van het feest. Pakjesavond was een stedelijk verschijnsel dat op het platteland nauwelijks voorkwam. In dorpen werd wel een schoen of klomp gezet met iets voor het paard, maar alleen in burgerlijke kringen was het pakjesavond en verscheen de Sint ook zelf. Via scholen vond de invoering van deze nieuwe viering plaats. De scholen gebruikten Sinterklaas als steun bij de opvoeding en ontleenden er prestige aan. Daarnaast bood de nieuwe viering een alternatief tegen de wilde vormen van sinterklaasvieren die nog op het platteland bestonden. Lawaai makende jongelui trokken potsierlijk verkleed, met onherkenbaar gemaakte zwarte gezichten langs de huizen. Ze vroegen naar stoute kinderen, maakten kinderen bang, strooiden pepernoten en vroegen om geld of lekkers. Eind negentiende, begin twintigste eeuw groeide het verzet tegen dit wilde gedoe dat gezien wordt als een vorm van bedelarij. Daartegenover stelde men de nieuwe beschaafde Sinterklaas. Dit proces van verburgerlijking heeft de uniformering van het feest in Nederland tot gevolg gehad. Een voorbeeld daarvan is ook de naam van Zwarte Piet die als enige naam voor de knecht gaat gelden, terwijl er tot dan toe allerlei regionale benamingen in gebruik waren.

Kinderen en volwassen. In de loop van de twintigste eeuw begonnen ook volwassenen onderling cadeautjes met surprises en gedichten uit te wisselen en zij raakten meer bij het feest betrokken. Aan intochten en schoolfeesten werd in de kranten steeds meer aandacht besteed. Zo ontstond een nationaal gevoel rond het feest, dat nog versterkt werd door de uitzendingen van de intocht op de televisie met name vanaf de jaren zestig. Sinds de jaren dertig (vorige eeuw) wordt Sinterklaas door de commercie ingezet als reclamemiddel. Deze speelde in op en versterkt positieve karakter van het feest als gevolg van veranderingen in de opvattingen over de opvoeding. De houding tegenover kinderen werd minder hiërarchisch. In de toenemende gelijke gezinsverhoudingen gingen nu ook kinderen ouders cadeautjes geven. Tegelijk veranderde de Sint van een strenge opvoeder tot een ‘lieve’ Sint die ook stoute kinderen beloont.

In de jaren tachtig zijn actiecomités opgericht die zich verzetten tegen een vroege komst van de Kerstman, tegen de discussies over de modernisering of afschaffing van de figuur van Zwarte Piet en tegen de commercialisering van Sinterklaas. Hun doel is Sinterklaas te beschermen tegen concurrentie en ‘vreemde’ invloeden. In een artikel in NRC-Handelsblad op 4 december 2001 is zelfs een voorstel gedaan om Sinterklaas als voorbeeld van Nederlands immaterieel erfgoed op de lijst van de Unesco te laten plaatsen. Een feest als Sinterklaas dat door zovelen wordt gevierd laat zich echter moeilijk beschermen, want het is een cultureel proces dat voortdurend in beweging is. Sinterklaas zal blijven veranderen, onder andere door deelname van nieuwe groepen mensen aan het ritueel, zoals dat in de loop van de geschiedenis van het feest steeds weer het geval is geweest. Het zal zich blijven ontwikkelen als combinatie van publiek theater, cadeaus voor iedereen en huiselijke gezelligheid in de winterperiode. Laten we het in ere houden en houdt het feest populair onder Nederlanders van alle leeftijden, religies en culturen.

Zwarte Piet, wie kent hem niet? Op een centsprent uit 1800 wordt Sinterklaas nog vergezeld door een blanke deftige man met pruik. Dat Sinterklaas een zwarte knecht krijgt, is pas van latere tijd. In Duitsland is een aquarel uit 1825 bekend waarop Nikolaus wordt vergezeld door een zwarte helper met roede en zak. In Nederland dook het beeld van een zwarte knecht voor het eerst op in het prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht. In de eerste editie uit 1850 is die knecht afgebeeld in een harembroek. In de herdruk van 1855 is de zwarte knecht afgebeeld zoals wij die nu nog kennen, in kledij van een ‘zestiende-eeuwse page’. De naam Zwarte Piet krijgt de knecht pas op het einde van de negentiende eeuw.

Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht’. Ook in de multiculturele samenleving van Nederland wordt er op verschillende manieren tegen het feest aan gekeken. In het boekje ‘Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht’ (1998) wordt niet het (kinder)feest als zodanig bekritiseerd, maar wel de aanwezigheid van zwartepieten, waarin de auteurs een racistisch cliché terugzien. Er wordt geëxperimenteerd met verschillende varianten (gekleurde pieten, witte pieten, schoorsteen pieten) maar de oude samenstelling is vooralsnog niet wezenlijk aangetast. Op veel gemengde scholen worden verschillende culturele feesten naast elkaar gevierd. Sommige zwarte scholen hebben Sinterklaas van het programma afgevoerd, andere niet.

content
In 1998 verscheen het boekje dat de discussie aanslingerde over de aanwezigheid van de kenecht van Sinter Klaas. In het boekje staat de vraag centraal is Zwarte Piet een onvervangbaar stukje traditie of een gedateerd koloniaal symbool?

Al wijst niets er op dat Sint en Piet verdwijnen, de rollen zijn veranderd. De laatste decennia speelt de figuur van strenge opvoeder geen rol meer. Sinterklaas is geëvolueerd van kinderschrik tot vriendelijke oude vaderfiguur. Piet is van krom pratende, dommige en dreigende knecht, uitgegroeid tot dynamische hoofdfiguur met veel collega’s. Er is een hoofdpiet die alles weet en organiseert, en een hele stoet van andere pieten, die snoep uitdelen en vooral entertainen.

Conclusie: Laten we vol verwachting uitkijken naar een Sinterklaasfeest waarin jong en oud met elkaar een relatief oud gebruik vieren zoals dat in een multiculturele samenleving hoort. Iedereen mag er over praten en discussiëren maar de roe moet terug in zak en samen worden ze dan begraven.. De zwarte knecht valt verkeerd bij een deel van de bevolking en deze terechte afkeer moeten we honoreren en dus iets aan doen. Niet op de manier dat verschillende groepen elkaar tot het randje drijven en allerlei domme dingen over elkaar en de zwarte kenecht zeggen. Dus zoals heel lang gelden kan Sinterklaas het best af zonder knecht de oudere zijn langer zelfstandig en de Sint is dat al heel lang. Hij kan zelf zijn boontjes doppen en heeft altijd wel een groep helpers achter de hand. Dus we laten die zwarte piet door de zijdeur vetrekken. De volwassen heethoofden moeten niet van een alleraardigst feest – waar de hoofdrol is weggelegd voor alle kinderen – een chaos maken. Staakt het geraas en maak een feest van Sinterklaas. De geschiedenis laat zien hoe het St. Nicolaas feest is geëvalueerd en hierboven kan men lezen welke gedachten men toen had. Wij maken nu ook geschiedenis en we moeten er voor zorgen dat we met elkaar er een mooi hoofdstuk van maken. Sinterklaas is dus gewoon weer voor en van iedereen.

O ja, ik ga werken aan m’n surprise en gedicht voor een van mijn familieleden. Ik heb al een idee. Het wordt een mooie avond met heel veel plezier.

Referenties:

 =Verschillende websites.

=Een pdf document van Paul Faber die als kunsthistoricus en conservator bij het Tropenmuseum in Amsterdam een analyse schreef over het St. Nicolaas feest..

=De knecht van Sint Nicolaas in ‘haremkledij’ (1850). Bron: http://www.dbnl.org

=F. Booy, Over de prentenboeken van Jan Schenkman’, in: Boekenpost : tijdschrift voor de liefhebber van boeken, strips en boekencuriosa., Jrg. 8, no. 46 en no. 50, (2000), Groningen.
=Info blad Sint-Nicolaas op bezoek, www.catharijneconvent.nl, 2009.
=P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets, Lust en leering : geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (Zwolle 2001).
=Eugenie Boer-Dirks, ‘De Sint Nicolaas van Jan Schenkman’, in: Ons Amsterdam : maandblad van de Gemeentelijke Commissie Heemkennis, (Amsterdam 1995).

=Susanne Neitkens. Het eerste Sinterklaasboel. Gepubliceerd 2 december 2014

=Lulu Helder en Scotty Gravenberch, Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht, (1998).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *