Zaterdag 24 december 2016: Wat is het echte kerstverhaal?

Bij ons thuis werd geen kerstboom opgetuigd en de feestelijke versiering bestond uit en drietal rode houten standaards met kaarsen die op een z.g. kerstservetje stonden dat in een punt gedrapeerd op de tafel lag.

Ik vond dat toen al heel feestelijk. Maar waar ik echt opgewonden van werd was de kerstviering met school in de Nassaukerk. Een volle kerk met alle leerlingen van de “School met de Bijbel No.4” . Velen hadden hun ouders, familieleden en vriendjes meegenomen om uit volle borst te zingen over de stal, de herders en de stille nacht met de ster aan de hemel.  Voor de preekstoel stond een mooi versierde kerstboom die direct na onze feestelijke avond de kerk weer moest verlaten want een kerstboom paste niet bij een echte kerkdienst.  Het heidense symbool zou de sobere liturgie van  de serieuze calvinisten principieel verstoren.

imgres

Maar bij ons kerstfeest werd bij hoge uitzondering (principes zijn principes) daar mocht hij staan in volle glorie. Iedereen zag er mooi uit en juffrouw Fetjes vertelde een kerstverhaal. Dat kon ze goed en ze zag er anders uit dan dagelijks op school. We zongen uit volle borst de liederen en meester Hemmes las het kerstevangelie uit Lucas 2 dat we op school ter voorbereiding ook al hadden gehoord. Bovendien kende de meeste klasgenoten het verhaal beter dan de geschiedenis van de 80-jarige oorlog. Want thuis was het – bij de meeste kinderen- natuurlijk ook al verschillende keren voorgelezen.  Een klasgenoot werd uitverkoren een gedicht voor te lezen en na afloop kregen we een sinaasappel en een boek van de christelijke uitgever Kok uit Kampen. Tussen mijn ouders in liep ik enthousiast pratend naar huis. Thuis aten we nog een krentenbol. Zo mooi kan de viering van Jezus geboorte dus zijn. Later werd het anders en elk jaar werd er een stukje van die idylle afgebroken en kwam er een ander stukje bij of er ontstond ruimte gevuld met vraagtekens en andere informatie. Hetgeen dat hieronder staat staat dus vol met ingevulde vraagtekens die ik na veel jaren probeer te ruilen voor woorden.

De Kersttijd. Elk jaar wordt in deze tijd dezelfde geboorte herdacht. Voor velen nog steeds de gebeurtenis van het jaar voor anderen is het stressen want er moet iets bijzonders gegeten worden, in een nieuwe jurk of het in de uitverkoop gekochte nieuwe kostuum en overhemd met bijpassende stropdas. Hoe strik je die eigenlijk? De discussie wie aan tafel zitten behoort tot het verleden en (schoon)moeder is opnieuw uitgenodigd nu met haar nieuwe vriend. De diepere zin van de geboorte in Bethlehem is zo langzamerhand vervangen door de vraag hoe maken we het gezellig. Hierbij laten we ons indringend stimuleren door de commercie die de omzet van het gehele jaar proberen op te krikken met exotische vruchten, bijzonder vlees en mooie wijnen.  De suggestieve marketing wetten van Sinterklaas worden aangepast en voor je het weet staan de kunstbomen, gevelversieringen en knipperende rendieren bij de buren in de tuin. Loeki probeert de heilige bisschop met schimmel te vervangen door een andere man in het rood die zich met Amerikaans accent niet via het dak maar met bel en arrenslee door de sneeuwvrije straten voortbeweegt. Mooi ingepakte chique cadeaus onder de kerstboom is toch vindingrijker en ‘in’ en gelukkig geeft geen geknoei met een surprise en gedicht. Wat heet smaak en wat is traditie? De geboorte wordt sluipend ingeruild voor ‘Happy Christmas”. Terwijl St. Nicolaas wordt zwart gemaakt en zijn ‘knechtje” al lang niet meer staat te lachen. Waar zijn de kerstverhalen van Dickens, Bomans, Lagerlöf en nog vele anderen gebleven? Zijn die meegnomen in het graf van mester Hemmes? En heeft de EO er een alternatief voor gevonden in een herhaling van  Jezus Christ superstar?

scrooge02
Afbeelding uit ‘Scrooge and Marley’

Tijdens de kerstviering van mijn lagere school klonken de verhalen waar eenzaamheid, armoede, verlies en al dit soort menselijke drama’s zorgde voor tranen in je ogen. Want de hoofdpersoon kwam nagenoeg om van ellende, eenzaamheid en verdriet maar gelukkig aan het eind van het verhaal overwon het goede en werd ingebed in een van de bekende kerstliederen.  Die verhalen noemen we de kerstklassiekers maar de enige echte december klassieker staan toch in de Bijbel? Is dat zo of heeft de geschiedenis een loopje genomen met de geboorte van het kind?

Tegenwoordig- als ik de kerkelijke aankondigingen en advertenties mag geloven – gaat de kerk met zijn tijd mee. De K3 (niet de Belgisch-Nederlandse meidenpopgroep) doet opgang. Niet de boodschap maar Kerk, Kerst en Kitsch staan centraal. Dat moet ook wel want het aantal kerkgangers – zo werd deze week bekend – is gelijk aan het aantal niet kerkgangers. Straks komen we alleen nog maar in de kerk om te kijken naar het nostalgische interieur, de kerststal en het culturele pracht van het gebouw (zolang de de lokale overheden zich nog kunnen beheersen met het hanteren van de sloophamer). De wethouder kent zijn zaakjes want hij pleit al jaren voor het winkelcentrum dat op die plek moet komen. Vooral met uitstraling met terugkerende acties zoals een sfeervolle Kerstmarkt en een aanbod om winkelend publiek te trekken.

Het kerstverhaal als legpuzzel. In de eerste vier boeken van het nieuwe testament staan de verhalen zoals die genoteerd zijn door de vier evangelisten, Johannes, Marcus, Mattheüs en Lucas. Ze belichten allen bepaalde aspecten rondom het leven van Jezus. Alleen Mattheüs en Lucas besteden ook aandacht aan zijn geboorte. Maar zijn dat dan de feiten waarop we ‘ons kerstverhaal’ hebben gebouwd? Moet en mag ons verhaal ook enige historische juistheid bevatten of is de waarheid rondom de feiten zoek (geraakt)? Zijn de elementen van ons kerstverhaal wel op feiten berust of trappen we in de val van sleetsheid, erosie, manipulatie, machtsmisbruik en noem maar op. In 2000 jaar kan er heel wat gebeuren met een stuk tekst. Soms met opzet maar vaak ook niet. Luister maar eens naar een op papier geschreven tekst die door twintig personen zachtjes bij elkaar in het oor gefluisterd wordt wat daarvan overblijft. De conclusie is het verhaal lijkt er nog wel op maar er zijn zaken bij gekomen en afgevallen en zelfs is soms de strekking geheel verdwenen. Geschiedenis is hetgeen wat herinnerd wordt en we vergeten veel.

In de kerk van mijn jeugd werden alleen psalmen en 29 geselecteerde gezangen gezongen. (Het is nu anders heb ik me laten vertellen).Tijdens de dienst op zondag kwam er geen ander lied de kerk in. Thuis werden de z.g. geestelijke liederen uit volle borst gezongen die in de kerk verboden waren. Boven op ons harmonium lagen vele boeken vol met dit soort liederen. De meeste kwamen uit de bundel van Johannes de Heer. Maar ik herinner me met grote zekerheid dat tijdens de kerstdienst enige souplesse was om naast de psalmen wel bv. “Stille nacht” en “Komt allen tezamen” en nog enkele toppers werden gezongen. Want de gereformeerde kerken wisten natuurlijk ook wel dat een kerst zonder engelen, herders, wijzen, kribbe, goud, mirre en ster de elementen waren van het kerstgevoel.

image-3554057
Kerststal in de RK kerk

O ja ik vergeet nog de os en de ezel. Ik wist het allemaal precies want in de RK Maria Magdalena kerk op de hoek van de Zaanstraat ging ik vaak op weg naar school even de gigantische kerststal bekijken. Zo’n stal kwam een reformatorisch huisgezin niet in. Boven de voederbak gevuld met stro met daarop een goed ingestopte pop met daarboven een schommelende ster die vrolijk heen en weer wiegde als de deur open ging. Daar keek je naar het kerstverhaal met alles erop en er aan. Nog vol van hetgeen ik daar zag werd ons op school verteld dat al die poppenkast door de mensen verzonnen was en dat het ook heidens was. Maar wij vertelde er toch ook over? Ja maar dat was anders, zei men toen. Geloven en twijfel horen bij elkaar en dat leerde je onbewust op mijn lager school. Want het antwoord op de vraag wat nu het verschil was tussen ons verhaal en de afbeelding in de kerststal werd niet uitgelegd. Na zoveel jaar weet ik het nu zeker: er is geen verschil dan misschien alleen wat de mensen er van maken. Overigens ik ken een paar reformatorische gezinnen die met kerst altijd een stalletje van zolder halen en het een prompte plek in de kamer geven. Wat is er mis met een kerststal als verzoening tussen ‘veel heil en zegen’ en ‘zalig kerstfeest’?

Mijn kerstvertelling. Ook ik fantaseer er op los. In de loop der tijd heb ik mijn eigen kerstverhaal bedacht dat ik laat beginnen op het punt dat Maria hoogzwanger op de Ezel (?) rijdt en Jozef –doodmoe – daarnaast sloft. Ze zijn op weg naar Bethlehem. Ze gehoorzaamde aan de oproep van Caesar Augustus die had bepaald dat er in het hele land een inschrijving (volkstelling) zou plaatsvinden. Men moest naar de stad van hun voorouders om zich daar te laten inschrijven. Dat was voor sommige een pittige reis maar het werd wel begrepen dat het nodig was. Bovendien moet je de overheid gehoorzamen. Voor Joden zou een dergelijke reis niet uitzonderlijk zijn, aangezien ze vrij gewend waren aan de jaarlijkse pelgrimage naar Jeruzalem. Het jonge joodse verloofde koppel Jozef en Maria reisde uiteraard ook van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar Davids stad, welke Bethlehem wordt genoemd, omdat hij, Jozef, een lid van het huis en de familie van David was. Voor hun was het niet zo’n eenvoudige reis want Maria liep op haar laatste dagen. Ze zat eigenlijk ongemakkelijk op een ezel die ook behoorlijk vermoeid raakte op de zeer ongemakkelijke weg vol met kuilen en stenen.

israel-kerst_-2015Maria was min of meer uitgerekend. Maar hoe raakte ze zwanger dat is natuurlijk de cruciale vraag die ook continue door Jozefs hoofd speelde. Jozef was een joodse man en hij was niet de zondaar, wist hij zeker. Bovendien bevestigde Maria dat ook. Zwanger worden gebeurde ook binnen de joodse traditie nadat je getrouwd was. Jozef wist het zeker het kind was niet van hem en dat was zacht gezegd wel wat problematisch. De hele reis draaide dat maar door zijn hoofd en beheerste de conversatie tussen het verliefde stel. Want dat wist Jozef zeker hij hield nog steeds van Maria. Maar toch, die ene vraag spookte de hele tocht door zijn hoofd.

Maria zwanger. Zo’n ruim 8 maanden geleden kreeg Maria als jonge Joodse vrouw te horen dat ze een speciale taak kreeg. Ze zou moeder worden van het kind dat de Messias, de Zoon van God, zou worden! Ze kon het nog steeds niet geloven zelfs nu niet op het moment dat het kind bijna geboren moest worden. Ze probeerde nog maar eens een ander houding te vinden op de rug van het schommelde lastdier zonder ingebouwde vering. Ze was vreselijke moe en voelde het kind in haar buik schoppen en ze had dorst. Ze spraken niet veel die twee maar Jozef was wel zeer zorgzaam voor zijn verloofde. Hij liep dan voorop met een touw in zn hand om de ezel te begeleiden op het smalle pad en vaak liep hij zwijgend naast Maria en het dier. Terwijl hij zijn hand op haar rug probeerde te leggen schoot het weer door z’n hoofd waar komt die zwangerschap vandaan? Ik weet van niets terwijl Maria, zo leek, zich er helemaal mee verzoent had. Maar ze maakte zich ook zorgen over Jozef. Wat moet hij wel niet denken? Hij begrijpt het nog steeds niet zelfs nu vlak voor de geboorte heeft hij nog steeds zijn twijfels. Maria zag het wel aan zijn houding en zwijgzaamheid. Maar ja dacht ze daarna. Wie begrijpt er nu zoiets wonderlijks. Zo iets kan je alleen maar geloven. Maar direct daarna werd ze verdrietig omdat ze bedacht dat Jozef haar eigenlijk niet vertrouwde. Toen ze er nogmaals over wilde beginnen stopte Jozef voor de dichte deur van een herberg. Zij ziet al aan zijn lichaamshouding dat ze ook daar geen plek meer voor hen hebben. Zeker niet toen de waard zag dat Maria hoogzwanger was. Beide dachten zonder het hardop te zeggen: “Zullen we nog een plek vinden voordat het echt nacht is”?

Mijn verhaal gaat dat zij uiteindelijk bij een eenvoudig boeren B&B onderdak krijgen waarvan de vrouw des huize de ernst van de situatie inziet. Ze zegt nog dat in de stal wel stro ligt en het daar warm is omdat de dieren ook binnen staan. De stal, dacht Maria terwijl ze moeizaam van de rug van het lastdier afgleed. Zal die stal dan de kraamkamer worden? Ja zeker: zo geschiedde. Eind uitkomst een kind in de kribbe, een ster die glinsterde en herders die zongen. Althans dat was de teneur van mijn verhaal. Hoe het afliep met het huwelijk, hun relatie en het werk van Jozef daar weet ik niets van en eigenlijk interesseerde me dat ook niet. Het was wel een belangrijk feit dat Jezus was geboren en voor velen aanleiding om achter hem aan te lopen en naar zijn woorden en daden te luisteren en kijken. Voor velen is hij het lichtend voorbeeld, voor anderen een discutabele figuur waar je oorlogen om gaat beginnen. Er worden gelukkig regelmatig soortgelijke figuren geboren. Die zeer nodig zijn ons houvast te geven en staande te houden in de gewelddadige wereld met uitbuiting, onmenselijkheid en veel intens verdriet.

Hoe je het ook interpreteert en wat je wel dan niet gelooft een ding staat vast het verhaal begint met de bevalling. Daar lees je niets over. In ieder geval laat dat ruimte voor interpretatie.

Mijn vertelling. In mijn verhaal, waaraan ik al jaren over fantaseer, begin het met een korte instructie van Maria aan Jozef die de vrouw des huize moest gaan halen. Want de geboorte was aanstaande, dat kon niet missen. Marie kreunde een beetje van de pijn die door de snel achterelkaar komende weeën werd veroorzaakt. Jozef zat er wat onderuitgezakt bij met zijn handen in zijn haar. Hij was blij dat hij iets kon doen. Hij haalde de vrouw die direct kordaat Jozef voorzag van taken. Ze pakte hem bij zijn arm en zei ‘Kom op haal een schone emmer water en doe er een paar hete stenen in die voor de haard liggen’. Toen hij met emmer de stal binnen kwam hoorde hij huilen en was hij vader of eigenlijk niet en voordat hij het begreep lag er een bloot jongetje gewikkeld in wat doeken in zijn armen. Eerlijk is eerlijk het deed hem veel. De boer die op het geluid afkwam schonk een glas in voor de onthutsende timmerman die zonder enige daad van zijn kant nu toch vader was geworden. Maar ja daar wist de familie van het huis niets van. Gedachteloos nam hij het gevulde glas van de boer en legde het kind in de voederbak waar nog wat stro in lag. Dat paste heel goed. Ze dronken op het nieuwe leven en vol energie liep Jozef naar Maria en feliciteerde haar met hun zoon. Ook de andere leden van de familie van het huis waren binnen en zongen een lied dat gebruikelijk was bij de geboorte van een nieuw kind en leerde elkaar de danspasjes die hoorde bij de geboorte van zoon. Het geheel gaf een feestelijke indruk en Marie kon weer een beetje lachen.

Toen vertrok de familie en alleen het gesnuif van de koeien was hoorbaar. Dat is het verhaal waarop natuurlijk nog de herders, de ster en veel later ook de wijze uit het oosten nog op moesten reageren. Maar voorlopig is nu de Messias geboren dacht Maria. Wie wist daar eigenlijk van? Was de jonge joodse vrouw de enige die dit wist? Ze had wel begrepen dat Jozef nogal twijfelde aan haar verhaal maar nu toch erg blij was met ‘hun kind’.

Van een chaotisch verhaal naar de romantiek. Sommige elementen van de Bijbelse geboorte zitten wel in het bovenstaande verhaaltje. Maar in hoeverre is de tekst van Lukas en Mattheus in de loop van de geschiedenis gesleten? Wie heeft het allemaal aangepast, veranderd, herzien ? Het verhaal van deze twee jonge Joodse mensen is zeker wanneer je naar feiten kijkt wel een wat problematische geschiedenis. Daar hoor, lees of zing je niet over tijdens de kerstvieringen. Al die rituelen van liederen en verhalen zijn toch meer dan twee duizend (?) jaar oud. Hoe moet je een verhaal van die leeftijd en pas jaren daarna is opgeschreven vanuit de context van het Midden Oosten, op dit moment interpreteren? Je moet het geloven! Twijfel hoort niet bij deze geboorte. Je mag je niet afvragen of Jozef ooit heeft gedacht ik ga gewoon die Maria verlaten. In mijn persoonlijke kerstverhaal heeft hij dat zeker overwogen. Jozef weet het nog goed, het was zijn eerste impuls toen ze hem vertelde dat ze een kind zou krijgen. ‘Jij zwanger’ had hij verdrietig gezegd met daarop volgend ‘van wie dan’ ? In een flits dacht hij, ik verbreek de relatie. Maar kon hij haar wel verlaten? Je laat toch iemand waar je mee wil trouwen niet zomaar in de steek? Nou ja zomaar?

p-_chester_beatty_i_folio_13-14_recto
Papyrus met delen van evangelie van Lucas plm. 250 nChr.

Als Jood wist Jozef toch ook dat je volgens de joodse wet een overspelige vrouw gegeseld en/of gestenigd moest worden? Scheiden was gegeven de situatie toch het best. Dan handelde hij juist en leefde volgens de wet en als hij het in het geheim deed dan ontliep Maria de vreselijke straf die haar boven het hoofd hing. Wat een tragisch basis voor wat in de christelijke kerst-kerken toch beleefd wordt als de meest vreugdevolle gebeurtenis. Hoe verliep het scenario echt en wat is er in de tijd allemaal in het verhaal gedrongen zodat er eigenlijk een filmisch ideaal beeld ontstaat waarvan de werkelijkheid nergens is opgeschreven? Is het niet veel te mooi gebracht en is het verhaal niet geromantiseerd, aangepast en zelfs gemanipuleerd?

Zoveel mogelijk feiten! De enige bronnen voor het verhaal rond de geboorte van Jezus bevinden zich in de Bijbel. De vier evangelisten, Johannes, Marcus, Mattheüs en Lucas geven in de eerste vier boeken van het nieuwe testament ieder een beschrijving van het leven van Jezus. Alleen Mattheüs en Lucas vertellen daarbij over zijn geboorte. Wat is nu de historische waarheid? Gebruiken we de juiste feiten voor ons kerstverhaal? De geboorteverhalen in het NT hebben weinig overeenkomst. Leg je de teksten van Mattheüs en Lucas naast elkaar dan zie dat ze alleen samen het bekende kerstverhaal vertellen zoals wij dat kennen. Ook zie je dat ze onderling slechts weinig overeenkomsten hebben. Weliswaar wordt in beide gevallen Jozef als verloofde van Maria genoemd, is Maria in beide verhalen zwanger geworden terwijl ze nog maagd is en wordt bij zowel Lucas als Mattheüs Jezus geboren in Bethlehem maar voor het overige lijken het twee compleet verschillende verhalen.

De geboorte bij Mattheus. Volgens Mattheüs woonde Jozef en Maria in Bethlehem in Judea toen Jezus werd geboren en een ster verscheen die door wijzen uit het Oosten werd opgemerkt. Zij geloofden dat de verschijning van deze ster er op duidde dat een grote koning was geboren in Israel en gingen op reis om deze koning te begroeten. Helaas reisden ze eerst naar koning Herodes van Judea, die zo schrok van hun mededeling over de geboorte van een grote koning dat hij besloot dat alle jongetjes jonger dan drie jaar in Bethlehem en omgeving omgebracht moesten worden. Deze kindermoord was voor Jozef en Maria aanleiding met hun pasgeboren zoontje vanuit Bethlehem naar Egypte te vluchten. Pas toen Herodes dood was, keerden ze weer terug naar Israel. Uit angst voor de zoon van Herodus, Archelaüs, gingen ze echter niet terug naar Judea maar vestigden ze zich in Nazareth in Galilea, waar Jezus verder opgroeide.

image_php3rwlmk

Geboorteverhaal van Lucas. Het geboorteverhaal van Lucas heeft een wat meer gecompliceerde tijdsbepaling. Wel laat Lucas-zoals Mattheus – de verkondiging van de geboorte van Jezus plaatsvinden ten tijde van koning Herodus. Van Herodus is echter bekend dat hij stierf in 4 of 5 voor Christus en Lucas laat de geboorte van Jezus pas plaatsvinden als Quirinius, namens Rome, het bewind voert over Syrië en, vanaf het jaar 6 na Christus, over Judea. Lucas begint het verhaal rond de geboorte van Jezus bovendien met de melding dat Caesar (“keizer”) Augustus een volkstelling uitschrijft in zijn hele rijk en daaronder viel Judea niet ten tijde van het koningschap van Herodus. Dit zou betekenen dat er zo’n 8 à 9 jaar zit tussen de verkondiging van de geboorte van Jezus en zijn daadwerkelijke geboorte, die bovendien plaatsvindt op een moment dat hij volgens Mattheüs allang geboren zou zijn.

Los van deze ingewikkelde tijdsbepaling, vertelt Lucas ons dat Jozef en Maria, die volgens hem woonachtig waren in Nazareth in Galilea, vanwege de door Augustus uitgeschreven volkstelling naar Bethlehem reisden. Immers, iedereen moest worden geregistreerd in zijn eigen stad en Jozef was een verre nazaat van koning David, die afkomstig was uit Bethlehem. In Bethlehem was geen plaats meer in de herberg, zodat Maria, die ter plaatse beviel, haar zoon in een kribbe legde. Lucas zegt niets over een ster en wijzen uit het oosten, maar laat in plaats daarvan een engelenkoor zingen en herders, die in een nabijgelegen veld hun schapen hoedden, op kraambezoek komen. Nadat Jezus was besneden en er bovendien een door de Joodse wet voorgeschreven bezoek aan de tempel in Jeruzalem was gebracht, reisden Jozef en zijn gezin weer terug naar Nazareth, waar Jezus verder opgroeide.

Historische bronnen. Zoals hierboven blijkt zijn er wel enige principiële verschillen te lezen in de geboorteverhalen bij Lucas en Mattheus. Maar was het eigenlijk wel de bedoeling van Mattheüs en Lucas om een historisch correct verhaal op te schrijven, of hadden ze wellicht een andere bedoeling met hun beschrijving van de geboorte van Jezus? We weten inmiddels dat de vier evangelisten geen van allen tijdgenoten van Jezus geweest en dat hun levensbeschrijvingen van Jezus allen uit de tweede helft van de eerste eeuw stammen, enige tientallen jaren na het overlijden van Jezus. De auteurs van de evangeliën waren ongetwijfeld toegewijde volgelingen van Jezus, ondanks het feit dat hij niet meer leefde, en wilden andere mensen overtuigen van zijn grootheid. Om die grootheid te onderstrepen, verwezen ze naar teksten die toen bekend waren onder de Joden en die nu zijn opgenomen in het oude testament. Belangrijk in dit verband is de verwijzing van Mattheüs en Lucas naar Micha 5:1 (OT), waarin staat dat uit Bethlehem een heerser voort zal komen van wie de oorsprong van ouds is, van de dagen van de eeuwigheid. Maar ook de door Mattheüs genoemde ster is terug te vinden in het oude Testament. In Numeri 24:17 (OT) wordt immers al gesproken over een ster die opgaat uit Jacob, een scepter die oprijst uit Israël. De evangelisten vonden dat hun Jezus de in Micha 5:1 (OT) genoemde heerser was, maar stuitten daarbij wel op een probleem: Jezus kwam namelijk uit Nazareth en niet uit Bethlehem en dat was alom bekend, zoals onder meer blijkt uit een discussie die Johannes in zijn evangelie heeft opgenomen. Mattheüs en Lucas losten dit probleem op door hun evangelie te voorzien van een geboorteverhaal dat er weliswaar mee eindigde dat Jezus opgroeide in Nazareth, maar waarin zijn daadwerkelijke geboorte plaatsvond in Bethlehem. Dat het vervolgens twee zulke verschillende verhalen zijn geworden, komt doordat beide auteurs, bij gebrek aan informatie, een eigen invulling aan “hun” geboorteverhaal gaven. Daarbij zagen beide Jezus als een afstammeling van David, maar zag alleen Mattheüs hem tevens als een tweede Mozes (die eveneens aan een kindermoord ontsnapte en terugkeerde uit Egypte). In een religie waarbij de hoofdpersoon uit het NT zo’n belangrijke rol speelt zou ik verwachtte dat men een eenduidig verhaal presenteert.

Verschillen tussen Lucas, Mattheus en anderen. De informatie van Lucas en Mattheüs verschilt niet alleen onderling maar ook met wat uit andere bronnen uit de periode. Voor wat betreft de Romeinse geschiedenis in het algemeen zijn er heel wat geschiedschrijvers te raadplegen en voor Israel in het bijzonder is het de bekende Flavius Josephus. Hij beschrijft in zijn boek “De Oude Geschiedenis van de Joden” nauwgezet de gebeurtenissen van zijn land, waaronder de regeerperiode van koning Herodus. Uit zijn stukken blijkt echter op geen enkele wijze dat Herodus een kindermoord zou hebben georganiseerd zoals deze door Mattheüs wordt beschreven, terwijl hij andere gruweldaden van Herodus, waaronder de moord op zijn vrouw en hun twee zonen wel uitvoerig beschrijft. Ook van een ster die aan de hemel verscheen en voor de wijzen uit het Oosten zo’n bijzonder teken was, blijkt niet uit zijn geschriften. Over de authenticiteit van deze geschiedschrijving wordt tot op de dag van vandaag door kenners nog regelmatig gepubliceerd. Er zijn verschillende versies en er wordt ook beweerd dat er behoorlijk gemanipuleerd is in het werk van hem.

regiaaragon_latin_5045_1
Bladzijde uit ‘ De oude geschiedenis van de joden” van Flavius Josephus ongeveer 80/90 jaar n.Chr.

Voor wat betreft het geboorteverhaal van Lucas wees ik al op de gecompliceerde tijdsbepaling. Daarbij komt nog dat de volkstelling van Lucas noch bij Josephus, noch in enige andere Romeinse bron, is terug te vinden in de vorm zoals Lucas beschrijft. Weliswaar heeft er een volkstelling plaatsgevonden in Judea in het jaar 6 na Christus, maar daarbij werd niet verwacht dat men zich ging registreren in de woonplaats van een voorouder die een groot aantal generaties eerder leefde, zoals in het geval van Jozef. Bovendien was Galilea, waarin Nazareth lag, uitgesloten van deze volkstelling en is er geen enkele reden om aan te nemen dat een timmerman uit Galilea alsnog verplicht zou zijn geweest zich te melden in Bethlehem. Hieronder ga ik een paar belangrijke feiten die deel uitmaken van ons kerstverhaal nader toelichten:

Tijd en plaats. In ons kerstverhaal wordt Jezus die avond nog geboren. Maar in de bijbel staat: “Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan” (Lucas 2). Je kan hier ook uit concluderen dat Jozef en Maria er waarschijnlijk al een tijdje waren. Er zijn ook uitleggers die beweren dat Jezus nooit in een stal heeft gelegen en die voederbak is een bedacht attribuut. De geboorte moest een bepaalde enscenering hebben. Luister maar. In die tijd hadden huizen in het Midden-Oosten meestal twee of drie kamers. Eén was speciaal voor gasten, vaak aan het huis vast of op het dak. In de andere kamer sliep, kookte en leefde de hele familie. In een kleine, lagere kamer aan het huis vast, werden ‘s nachts de dieren gestald. Op die manier werd de warmte in de koude winternachten zo goed mogelijk benut – de warmte van de dieren trok naar de hogere familiekamer – en konden de dieren niet gestolen worden. Voor Jozef en Maria was er geen plaats meer in het gastenverblijf, daarom konden zij in het familievertrek blijven, vlak bij de dieren.  Als de wijzen later op bezoek komen, staat er dat zij “het huis binnengingen, waar zij het kind met Maria vonden” Dat wijst er op dat Jezus niet in een stal, maar in de familiekamer van een huis geboren werd omdat er geen plek meer was in het gastenverblijf.  Ook is het onwaarschijnlijk dat in die tijd men (in een Joodse samenleving) een hoogzwangere vrouw niet een plaats aanbood. Een herbergier of anderen zou nooit een zwangere vrouw hebben weggestuurd – hoe druk het ook was. Bovendien lezen we dat Jozef van koninklijke origine was: hij stamde af van koning David. Iemand wegsturen met koninklijke achtergrond, zou voor het hele dorp schandelijk zijn.

Aantal wijzen? Waren er nu drie of twee wijzen? Is het je wel eens opgevallen dat er nergens staat dat er drie ‘magiërs’ (van het Griekse woord magoi, wijzen of astrologen) kwamen om Jezus eer te bewijzen? Er staat alleen dat deze magiërs uit het Oosten drie kraamgeschenken meenamen: mirre, wierook en goud. Allemaal dingen die lang bewaard kunnen blijven en waardevast zijn. Misschien namen de wijzen deze geschenken mee omdat het jonge gezin vlak na hun komst moest vluchten naar Egypte. Door deze kostbare geschenken konden zij zich in Egypte redden. Maar de geschenken kunnen ook symbolisch worden gezien: mirre, omdat Jezus de Gezalfde was die moest lijden, goud omdat Jezus Koning is van hemel en aarde, en wierook omdat Jezus God Zelf was.

images

Hoe stil was de nacht? Als de baby nachts werd geboren dan was het helemaal niet stil met al die gasten die rondliepen en op bezoek gingen bij hun familieleden. We zingen wel Stille nacht, Heilige nacht, maar ja. Bethlehem was vol met familieleden van Jozef en Maria die zich ook moesten laten inschrijven – het was eigenlijk een grote reünie. De vraag is zelfs gerechtvaardigd waarom er niet een paar familieleden van Jozef en Maria assistentie hebben verleend bij de bevalling.

Hoe zit het met die herders? Herders werden vanwege hun werk bij de schapen gezien als vieze, onreine mensen, die een ruig leven leidden. Toch nodigen de engelen hen uit om bij de pas geboren baby op bezoek te gaan. De engel overtuigt de herders met aanwijzingen hoe zij het kind zullen vinden: in een doek gewikkeld, in een voederbak. Een kind in een doek wikkelen, was een gebruik van herders. Dat het Kind in een voederbak lag, betekende dat ze Hem in een eenvoudig huis zouden vinden, zoals waar zij zelf in woonden, niet in een paleis. De engel zegt als het ware: jullie, onreinen, mogen bij God horen. Jullie, de laagste soort van de samenleving, worden geëerde gasten.

De kerststal en Paus Ratzinger. In het onlangs verschenen laatste deel van zijn Jezus-trilogie schrijft paus Ratzinger over Jezus’ kinderjaren. Daar ontmythologiseert hij het tafereel van de kerststal en zegt dat er in geen enkel evangelie wordt gerept over een os, een ezel, schapen of kamelen. Benedictus schrijft: “De gelovige meditatie heeft deze leemte reeds zeer vroeg opgevuld door haar gecombineerde lezing van het Oude en het Nieuwe Testament”. Daarbij verwees hij naar Jesaja 1:3: ‘De os kent zijn bezitter en de ezel de kribbe van zijn Heer; Israël heeft echter geen kennis, mijn volk heeft geen inzicht.’  Op dezelfde wijze, zegt de paus, is het gegaan met de drie koningen. In de evangeliën waren het wijzen uit het Oosten die de pasgeboren Messias kwamen bezoeken. De drie koningen zijn ontleend aan de OT-boeken: Psalm 72:10 en Jesaja 60.

De exacte geboortedatum. Je kan je afvragen of de exacte geboortedatum van Jezus belangrijk is voor de plaats van Jezus in de christelijke geschiedenis. In ieder geval wordt er in de bijbel geen datum en jaartal genoemd. Voordat er sprake in Europa was van kerstfeest rondom 25 december werd er op die datum gevierd dat de langste nacht voorbij was. In de Scandinavische landen heet kerstmis tot op de dag van vandaag ‘jul’. Traditioneel werden er dan vuren gemaakt en bomen in huis gezet.

Voor het christendom als godsdienst werd geaccepteerd, vierde men in het Romeinse Rijk de z.g. Saturnaliën rondom 21 december.  Bij dit populaire religieuze feest lag het hele sociale leven stil, want iedereen nam deel aan het feest ter ere van de god Saturnus, die landbouw en welvaart over hun land had gebracht. Er zijn overigens nog wel meer religieus getinte feesten rondom deze datum te noemen in andere landen. Er bestaan theorieën die beweren dat de christelijke kerk de bestaande feestelijkheden als uitgangspunt heeft gebruikt voor de geboorte van Christus. In de vierde eeuw werd 25 december door de christelijke kerk officieel vastgelegd als geboortedatum. En daarmee sloot het goed aan bij de andere christelijke feesten die in die periode werden gevierd. In die tijd werden een aantal (heidense) feesten door de christelijke machthebber verboden.

Geboortejaar van Jezus Het geboortejaar van Jezus is een andere onzeker element. Onze hedendaagse jaartelling is gebaseerd op de geboorte van Jezus. Het systeem van onze jaartelling werd in het jaar 525 ontworpen door de monnik Dionysius Exiguus. Hij stelde vast dat Jezus op 25 december in het jaar 1 werd geboren. Deze berekeningen bleken achteraf echter niet te kloppen. (zie hierboven over hetgeen staat geschreven in Mattheus). Herodes stierf echter in het jaar 4 voor Christus. Het geboortejaar van Jezus ligt hierdoor waarschijnlijk even voor het jaar 4 v.Chr.

Christelijk perspectief. In beide evangelies werd Jezus geboren uit de maagd Maria  en was hij bij haar verwekt door de Heilige Geest van God. Haar verloofde, Jozef, stond haar bij tijdens de geboorte, die plaatsvond in Bethlehem. Volgens de Christelijke overlevering vond de geboorte plaats in een stal, omringd door dieren. Zowel de stal als de dieren worden in beide evangelies echter niet genoemd. Wel wordt er in Lucas 2:7 melding gemaakt van een voederbak waarin Jezus wordt gelegd. Herders uit de omgeving werden door engelen naar de plaats van de geboorte geleid om het kind te aanschouwen. Een aantal dagen na de geboorte van Jezus, traditioneel op 6 januari, kwamen een aantal wijzen het kind bezoeken. Deze magiërs volgden een ster aan de hemel, die de geboorte van een Joodse koning aankondigde. Het resultaat is uiteindelijk een tweetal verschillende verhalen over de geboorte van Jezus, die in de loop van daaropvolgende eeuwen zijn vervlochten tot één kerstverhaal waarin Jozef en de hoogzwangere Maria, ten tijde van het koningschap van Herodes, vanwege een door Rome uitgeschreven volkstelling, naar Bethlehem reizen. Een verhaal waarin Jezus wordt neergelegd in een kribbe omdat er geen plaats is in de herberg en waarin herders hem bezoeken, terwijl in de lucht de engelen zingen en een ster naar de stal wijst. Een os en een ezel werden in latere eeuwen toegevoegd en de wijze mannen uit het oosten veranderden in drie koningen. Het is een mooi verhaal waarvan velen elk jaar weer genieten, maar het is geen historische waarheid.

Nora bene:

NB 1:

Je leest vaak dat een schrijver van een boek teleurgesteld is over de film die n.a.v. zijn boek is gemaakt. In de recensie die na de film in de krant verschijnt staan zijn bezwaren en dat komt er meestal op neer dat het boekverhaal is verdraaid en/of dat de personages niet realistisch zijn en het tijdspad niet correct is. Jammer dat het kerstverhaal ook niet gerecenseerd wordt.

schermafbeelding-2016-12-18-om-00-43-07

NB2:

Via mijn zoon ontving ik een foto die gemaakt werd in een supermarkt in Harderwijk waar men de week voor kerst ook een zg. kerststal kon kopen en volgens de mededeling  Jezus wordt toegevoegd bij de kassa.

Goede memorabele dagen en vergeet Jezus niet mee te nemen als u moet afrekenen.

 

Referenties

Websites: http//www.jefdejager.nl/kerstmis.php en http//www.RRK.nl

Marlies Star, Kerstmis en de geschiedenis van het kerstverhaal (8 december 2015)

Martijn Boere, De geboorte van Jezus Christus in historisch perspectief in Is Historisch, 25 dec.2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *