Zaterdag 22 oktober 2016: Het spionnetje als buurt antenne?

In de fraaie theesalon, met heerlijke glutenvrije zoetigheden keek ik uit over de markt van de stad Groningen.

We zaten voor het raam op de eerste etage en na een halfuurtje zag ik plotseling dat er aan de buitenklant een zogenaamd Spionnetje was gemonteerd op het verticale deel van het buitenkozijn. Toen ik een beetje ging verzitten zag ik een moeder (?) met een volle boodschappentas en in dezelfde hand hield ze de riem die verbonden was met de halsband van een grote diepzwarte hond. Aan haar linkerhand huppelde een kleuter die druk was met het eten van een croissantje. Omdat ik me sociaal wilde gedragen richtte ik mijn blik nog maar een enkele keer op het spionnetje en kreeg op die manier een paar gefragmenteerde flitsen van het stadsleven van Groningen.

schermafbeelding-2016-10-21-om-22-37-39
De Zaanstraat, het Patrimoniumblok

De aanwezigheid van het spionnetje verbond me direct met mijn vroege jeugd die ik doorbracht in de Amsterdamse Patrimoniumwijk in de Zaanstraat tegenover de spoorlijn Amsterdam-Zaandam en de treinremise van de Nederlandse Spoorwegen. Dat was het decor van het protestantse huizenrij waar veel gereformeerden woonden. Een groot deel van de Spaarndammerbuurt bestond uit een zogenaamd ‘rooms blok’, ‘rood blok’ en in een blok waar je nooit kwam want daar woonden communisten. Dat laatste was natuurlijk nergens op gebaseerd ‘maar dat was gewoon zo’.

imgres-1
Via het Spionnetje keek je vanuit de kamer de straat in.

In mijn ouderlijk huis heerste ook een strikt levenspatroon dat bestond uit bidden, bijbel lezen, tweemaal naar de kerk, goed je best doen op school, alleen luisteren naar de NCRV en als bij toeval de rode haan klonk dan diende de distributieradio direct te worden uitgezet. Natuurlijk woonde we in Amsterdam en dus was de leer van onze gereformeerde kerk minder streng dan van dezelfde kerken elders in Urk, Rijssen of Spakenburg. Maar ook wij fietsten niet op zondag en er werd we niet gezwommen of voetbal gespeeld op de ‘dag des Heeren’. De zondag was echt anders, was de rustdag en we kregen een stukje vlees bij het ‘warme eten’ dat precies om half een werd genuttigd. De maaltijd was altijd voorzien van een pudding die uit een visvormige kom werd geschud. Het deel dat op de schaal lag bestond vaak uit een dikke vel waar ik van gruwde. Je zondagse kleren mochten niet vuil worden en het psalmversje dat je op maandag moest kennen werd meestal geleerd. We wandelde een stukje, sjoelde en zongen liederen bij het harmonium. Zo’n huisorgel stond bij veel gezinnen en had bijzonder bijnamen vele waarvan ik de ‘cirkelzaag des geloofs’ wel heel erg eng vond. Dat was zo ’n beetje het weekeinde van de gereformeerde zuil in de Zaanstraat. O, ja het hoogtepunt was natuurlijk de zaterdagavond want, na de teil als iedereen schoon rook, ging er een oude krant op tafel en werd er een hoop pinda’s uitgestrooid die zo’n beetje over de aanzittenden werd verdeeld.

Sommigen die dit horen vragen zich altijd af ‘hoe afschuwelijk zo’n jeugd wel niet was’. Maar zo heb ik dat nooit gevoeld je had geen vergelijk met anderen want iedereen in de buurt leefden op een dezelfde manier. Je kende niet anders en wist niet beter. Ik vind mijn jeugd niet slecht maar het had natuurlijk ook anders gekund. Maar wie zegt me dat niet na? Tussen mijn vriendjes uit de straat zat geen Jan Wolkers, Maarten ’t Hart, Jan Siebelink, Franca Treur en Maarten Biesheuvel. Zo’n beetje de bekendste afvallige schrijvers die mede furore hebben gemaakt door te verhalen over hun jeugd trauma’s die ze opdeden binnen hun families of een persoonlijke afrekening met het geloof als inspiratiebron namen. Afvallige protestanten en de literatuur vormden geen gelukkig huwelijk zeker niet in de wereld waar men afscheid van had genomen. Wanneer je vandaag de dag de kranten en nieuws rubrieken volgt en ook probeert de literatuur bij te houden dan ontdek je dat het wemelt “van Calvijn-geknakten” in ons kleine landje waar er nog steeds een calvinistische protestants ondertoontje aanwezig is dat men altijd weer probeert hardnekkig te ontkennen. Zoals gezegd alle buren en mijn vriendjes leefden op precies dezelfde manier. Ook in hun gezinnen was de vader ‘de heer des huizes’ en de vrouw veegde, kookte en deed de was. Dat noemde men toen en ‘zij dient de man en zorgt voor de kinderen’. Haar baan was het gezin draaiende te houden terwijl de man hard werkte in de fabriek, kantoor, brandweer, spoorwegen of politie. De mannen hadden daarnaast ook vaak nog in hun ‘vrije tijd’ maatschappelijk functies zoals de voetbalvereniging, zangkoor of andere sociale instanties.

imgres
Informatie en communicatie via het spiegeltje en het open raam.

In de kerk hadden de mannen de bevoorrechte posities zoals dominee, ouderling, diaken of lid van een commissie.  Dat was verboden trein voor het vrouwelijke geslacht. De vrouw hoorde thuis. Het is altijd al een gevoelige zaak geweest zowel in als buiten de kerk. De z.g emancipatie werd niet gekend. Gelijke rechten voor man en vrouw werd niet geaccepteerd en dat is in sommige kerkgenootschappen nog steeds een heikel punt. Dat verschil wordt ondersteund met Bijbelteksten en vooral bijbel interpretaties. De idee was dat de Bijbel de man een leidinggevende taak toedient in huwelijk, gezin en samenleving. Voor vrouwen ziet de Bijbel een bijzondere roeping in het krijgen van kinderen. Een leven gericht op werk en carrière blijkt voor vrouwen nogal eens te botsen met het zorgen voor het gezin en vooral met hun verantwoordelijkheden voor de zorg voor kinderen. De basis voor deze ideeën wordt met name de teksten in de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs waar allerlei zaken worden behandeld wat een goede gemeente wel dan niet mag doen. Tot de dag van vandaag zijn er nog kerkelijke gemeenschappen die proberen te leven volgens de daaruit geformuleerde wetmatigheden. Maar binnen veel reformatorische erken is de positie van de vrouw veranderd. Mede door een bepaling van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is in 2014 bepaald dat de o.a. de politieke partij SGP hun vrouwen moet accepteren op de kieslijst. Ook binnen de meest strengere kerken zijn in 2014 de ambten van ouderling en diaken opengesteld voor de vrouw en het principebesluit is gevallen dat ook het ambt van predikant voor de vrouw nu mogelijk moet zijn. Het is al jarenlang een gevoelige zaak in bepaalde kerken. Dat heeft ook te maken dat de westerse wereld ons een levenspatroon opgedrongen heeft dat uitgaat van gelijke rechten voor de vrouw en de man. En voor de meeste mensen van deze tijd klinkt dat natuurlijk volstrekt billijk en logisch in de oren. Maar de leiding en leden van bepaalde kerken (en daar hoorde onze Amsterdamse kerk zeker niet toe) staat een dergelijk levens- en denkpatroon in meerder opzicht haaks op wat Gods Woord hen leert. Dit alles heeft er ook toe geleid dat op 19 maart 2014 de bevolking van Vlissingen Lilian Janse als eerste vrouwelijke SGP’er in een volksvertegenwoordiging kiest. Na 30 jaar is het dus gelukt de eerste SGP-vrouw in de politiek te ontmoeten. Nog steeds voor velen het begin van het einde.

In de tijd waarover ik schrijf de 50/60-tiger jaren vorige eeuw, was dat zelfs in ons gezin niet zo expliciet aanwezig, denk ik. Maar natuurlijk onder de oppervlakte leefde de stringente verdeling van man en vrouw wel degelijk. Mijn hardwerkende moeder zorgde er altijd weer voor dat alles er pico-bello uitzag en het eten om half zes werd opgediend. Overdag deed ze de boodschappen bij voorkeur bij een middenstander van het zelfde geloof. Maar er werd ook geklopt en gezogen en gelukkig soms met de buurvrouw koffie gedronken. Maar er waren ook buurtgenoten die ook wel tijd en zin hadden om meer contacten te maken met de buitenwereld. En daarvoor had men in grote lijnen twee mogelijkheden. Uit het raam hangen (dat deden we ook als kind graag) en een praatje maken met de buren. Uiteraard met mooi weer werden de ramen opengeschoven, kwam er kussen in de vensterbank en werden de armen daar op gelegd en aanschouwde men de straat met alles wat daar plaats vond.

De ander manier was het gebruik van en z.g. Spionnetje. Dat was dus een Spiegel die verdraaid kon worden zodat je zittend in de kamer een aardig zicht had op hetgeen buiten op straat afspeelde. Zestig jaar of meer zag ik dus weer voor het eerst bewust een spionnetje in de Groningse theesalon. Dat bracht me even terug naar onze Amsterdamse Patrimonium wijk want daar hadden veel bewoners zo’n spiegel en soms zelfs twee. Wanneer je de spiegel goed afstelde dan kon je precies zien wie er bij de buren op bezoek kwamen, en welke kinderen vals speelden bij het putten. Het was eigenlijke de sociale controleur. Want spiegel belevenissen werden tijdens het buren contact wel dan niet aan iedereen van het portiek verteld.

imgres-2
Spionnetje gemonteerd aan het vertikale deel van houten buitenkozijn

Men vertelde natuurlijk niet altijd precies wat men gezien had. Er werden flink veel bespiegelingen aan de werkelijke boodschap toegevoegd. Soms zag men dubbel en werd een merkwaardige gebeurtenis meteen verdubbeld. Of er waren wel twee dokters bij buurvrouw beneden langs geweest. In de hoofdzakelijke reformatorische Zaanstraat functioneerde de spionnetjes ook als extra informatiebron en was je getuigen van iets waarbij de ander je niet zag. De spionnetjes waren vierkant of rond een enkel vertoonde oxidatie van het spiegelglas en hadden een bruinachtige uitslag dwars over het spiegelvlak. Dat kon de waarneming behoorlijk beïnvloeden.

Als ik er aan terug denk dan zie ik overeenkomst met de ronde grijze TV antenne schotels die je nu zeer vaak gemonteerd ziet aan balkons in wijken waar veel turken wonen. Het geeft hun het recht en de mogelijkheid om de voor hen belangrijke Turkse uitzendingen te zien. In de Zaanstraat waren de spionnetjes afgesteld op de nabije omgeving. De afstemming was natuurlijk heel onschuldig. Je wilde je horizon verbreden. Je blik verruimen. Want tweemaal naar de kerk, psalmen zingen, Bijbellezen en hardwerken gaf weinig ruimte om uit de band te springen of te brassen. Uitgaan, toneel bezoek film of dansen waren zaken van de duivel. Dus dat werd stiekem gedaan. De contacten verliepen eigenlijk heel simpel, familie, buren, Kerk en zangkoor.

standaard
Voorpagina van het dagblad De Standaard uit 1940 (de voorganger van dagblad Trouw).

Sommigen waren geabonneerd op de Standaard dat later het dagblad Trouw werd, maar velen lazen alleen het evangelisatieblad de ‘Elisabeth bode’ en het Neerlands Christelijke weekblad De Spiegel. Een wekelijks tijdschrift dan in onze buurt goed gelezen werd. Vanaf 1906 uitgegeven door de gereformeerde uitgever in Amsterdam Willem Kircher. Maar zoals het in de spiegel te lezen stond het was het weekblad voor de ontspanning van de christelijke gezinnen. De basis van de geschreven teksten was zoals men toen zo zelfverzekerd zei: het woord Gods. De uitdagende onderwerpen waren de Christelijke feestdagen en feuilletons, boekbesprekingen, kortverhalen, kerknieuws en natuurlijk het koninklijk huis. Het aardigste waren de foto’s en typische advertenties van de christelijke middenstand. In 1941 was het blad verboden , maar door de verduisteringen politiek kon men ook niet meer in beide spiegels kijken. Dat was een verarming van het zicht op de wereld. Na de oorlog verscheen het tijdschrift weer en ook werd het spionnetje opnieuw ingesteld. In het blad werden ook nieuwe rubrieken ingevoerd zoals een autorubriek en artikelen over maatschappelijke vraagstukken met trefwoorden als popmuziek en religieus gemengde huwelijken. Het blad ging ter zielen door het teruglopen van de advertentie inkomsten en in 1969 werd de uitgave gestaakt. In het dagblad Trouw kon men toen lezen dat het niet meer uitgeven van De Spiegel het eind betekende ‘van het gezellige christendom’.

tijdschrift_de_spiegel_oude_brocante_no__2
Het Christelijk weekblad De Spiegel

In een ander woonblok van de buurt las men de Katholieke Illustratie dat een ietsje wereldse uitstraling had. Dit geïllustreerde weekblad voor het RK deel van de Nederlandse bevolking. Het werd van 1867-1967 veel gelezen en een van de grootste tijdschriften van Nederland. Waar de verzuilde weekbladen verdwenen bleven de spionnetjes functioneren. Zij kennen de wetten van de concurrentie niet en zijn niet afhankelijk van advertentie-inkomsten.

De origine van een spionnetje is vast Nederlands. Want wie wij willen toch graag onze omgeving beloeren. Sociale controle noemt men dat. En dat was ook de gereformeerde gemeenschap niet vreemd. IN tegendeel het opende ook de vrouwen een zicht op de buitenwereld. Maar dat geldt natuurlijk ook voor ander landen. In Gr-Brittannië had men zo hier en daar ook wel spionnetjes die overigens werden aangeduid als Dutch Mirrors. Dat vermoed dat het een Nederlandse vinding was?

Spionnetjes kwam je in Amsterdam alleen maar tegen in bepaalde buurten zoals de Jordaan of de warme buurt. Vaak werd je gewenkt door een publiek vrouw via het spionnetje het geen je natuurlijk niet in de gaten had. Maar in bv de Grevelingenstraat (Amsterdam –zuid) waar ik een aantal jaren heb gewoond kwam je nagenoeg geen spionnetjes tegen. Dat doe je niet. Je bent toch niet nieuwsgierig naar anderen? Maar hoe mijn hospita toch alles wist over de buren en buurt? Misschien was zij een echte spion. Overigens denk ik dat het in de gaten houden van je naaste omgeving overal plaatsvindt. Het is een soort universeel menselijke eigenschap en daarmee mag je denken dat een dergelijk fenomeen ook in andere landen plaats vinden. Overigens heeft het ook iets heel aantrekkelijks en zelfs is het een beetje verslavend, denk ik.

Ik bemerkte dat ik in Groningen maar moeilijk mijn blik van het spiegeltje kon afhouden.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *