zaterdag 19 november 2016: Halleluja! Price the King!

Vanaf mijn zesde/zevende jaar ging ik elke zondagochtend met mijn ouders naar de kerk. Daarbij speelde King-pepermunt een belangrijke rol.

Zondagochtend 09.20 uur. Op de rand van het dressoir lagen voor mij – ik was toen ongeveer 10 jaar – drie stuivers en drie pepermunten. De stuivers waren voor de collecte zak (voor de kerk, voor de diaconie en de derde donatie was voor een ander goed doel). Als eenmaal de laatste stuiver bij de uitgang van de kerkdienst in het collecte zakje was gevallen dan brak pas echt de zondag aan. Je had dan wel een  geprobeerd 5 a 6 kwartier stil te zitten. terwijl er veel onbegrijpelijk woorden  over  je heen waren gestort.  Je zicht afleiding en King hielp daarbij. Je had tijd om de lampen te tellen of wist na afloop van de dienst hoe vaak de dominee bv. ‘Heilige geest’ gezegd had tijdens zijn preek. Een ander bezigheid was natuurlijk het leren van het psalmversje. Want maandagmorgen was het op school de tijd voor het psalmversje dat je moest kunnen opzeggen.   Niets erger dan die ene ingewikkelde zin uit je hoofd te leren. Mar je deed het wel. Als het buiten koud was dan ook in de kerk.  Je kroop dan tegen je moeder aan en rook dan de eau de cologne die ze op haar zakdoek had gesprenkeld vlak voordat we het huis verlieten. Dat was ook een van de rituelen die werd nageleefd. Liggend een soms nog een beetje slaperig tegen je moeder aan werd je vaak wakker gemaakt  door de dominee zijn stem. Met een uithaal werden we gewaarschuwd dat het ook wel eens slecht met ons kon aflopen wanneer je de ‘wet des heren niet aannam’. In de kerkdienst had je dominees (in mijn herinnering waren er dat nog al wat) die niet gewoon spraken maar hun stem op een merkwaardige manier harder en soms veel harder lieten klinken. De meeste dominees van mijn jeugd herinner ik met een gedragen en plechtige stem. Vaak waren hun woorden een grote klaagzang die door veel van die mannen werden ondersteund met theatrale gebaren.  De entree van een dominee in de kerk begon altijd als het orgel stopte met spelen. Een kleine optocht met meestal drie heren. Een ouderling voor en achter en de prediker daartussen in.  Men liep dan richting preekstoel, de eerste ouderling gaf de dominee een hand en stapte naar zijn speciale zitplaats. De dominee stopte even voordat hij het trapje van de preekstoel opliep voor een kort stil gebed. Soms nam dat twintig tellen in beslag maar ook weleens vijftig. Ik probeerde altijd te raden wat hij in die tijd allemaal kon zeggen.

schermafbeelding-2016-11-05-om-22-16-37
Dorpskerk met in het midden de collectant met het de hengelstok waaraan het geldzakje zat.die het ge

Een nekel keer was raden niet nodig omdat er hardop gebeden werd. Waarbij de dominee met een snik in zijn stem bv zei: ” Heer zegen ons samenzijn en ach Heer laat ons hart volstromen met uw genade”. Dan zette het orgel in – nadat hij zich op de preekstoel had geposteerd – en zongen we een psalm. Dan volgde een liturgie die eigenlijk alle zondagen gelijk was. Zingen, bidden, mededeling van de kerkraad, schriftlezing, collecteren voor diaconie en de zending met aan de uitgang voor kerkelijk werk. De preek dat was zeker voor een opgroeiend jongetje het meest vervelende deel van de dienst. Je zat eigenlijk altijd op een harde houten bank en verdronk in de woordenvloed van de voorganger waarvan de meesten op de kansel een totaal ander stemgeluid lieten horen dan tijdens een gewoon gesprek. Toen een dominee die zich nogal liet gaan op de preekstoel bij ons op bezoek kwam dacht ik dat hij ziek was. Zijn stem klonk totaal anders.

schermafbeelding-2016-11-05-om-22-30-25

Soms met opgeheven vinger sprak de dominee (ook wel voorganger genoemd) hoe het met ons zou aflopen als we het gebod van god niet zouden volgen. Hij preekte dan aan de hand van een stukje uit de bijbel waarvan een bepaald vers regelmatig werd herhaald. Meestal begreep ik zo’n zin niet maar ik kon er s’avonds in bed nog weleens over nadenken. Het meest irritante van bepaalde dominees was toch wel het gebruik van de stem en een vaak verhullend taalgebruik. Nog net niet schuimbekkend kon het er soms vel aan toegaan om daarna met fluweel zacht stemgeluid weer terug te keren naar een zin zoals: “Maar broeders en zusters de boodschap van Jesaja geeft ons troost en zal ons leiden naar de veilige haven”. Als daarna het amen volgde wist ik dat het nog 10 tot 15 minuten ging duren voordat we weer buiten stonden. Maar er werd nog eerst gezongen en gebeden waarin vorst en vaderland met man en paard werd genoemd maar ook enkele dierbare gemeenteleden die ernstig ziek waren of reeds onderaardse hadden mogen ruilen voor het eeuwige leven. Na de zegen verlieten we dan het gebouw met soms prachtig orgelspel hetzij van een of ander componist of soms een improvisatie van een psalm of geestelijk lied dat sloeg op het thema van de dienst. Broeder Jansen, die vlak bij mijn ouders zat had vaak voordat we de kerk hadden verlaten z’n oordeel al gegeven door achter zijn hand te zeggen dat het weer niks was die preek van dominee. Bij ons thuis werd de dienst vaak beoordeeld tijdens de koffie met enkele koffiedrinkers die tijdens de terugweg naar huis werden uitgenodigd. Dat was nog maar alleen de ochtenddienst en moest er nog een volgen in de namiddag. Meestal geleid door een andere predikant en in mijn herinnering zat de kerk dan minder vol.

advertentie-tonnema
Eerste advertentie van de Fa. Tonnema uit 1910 in de Leeuwarder Courant

Gereformeerde drugs. Zo werden de King pepermunten ook wel genoemd. Meestal tijdens de collecte vlak voor de preek ging er dan een rolletje van hand tot hand en mocht je er een uitpakken. Maar van huis uit werd ik al bediend met drie pepermuntjes. Daarmee moest ik de kerkdienst overleven. Daar waren een paar manieren voor. Voordat de preek begon hield je de Kings in de zak. Je kon van drie stuks 6 delen maken en zelfs als je vader sterk was ook twaalf kleine stukjes. Dan had je wat. Tijdens de preek kon je dan om de 150 tellen een stukje nemen en dan was het soms mogelijk dat tijdens het laatste stukje ook het Amen klonk. Helaas kwam het vaak niet uit. Je telde natuurlijk veel te snel. Later hoorde ik dat men deze King pepermuntjes naast ‘gereformeerde drugs’ ook wel ‘protestantse hosties’ noemden. Maar tijdens mij jeugd heb ik die namen nooit gehoord.

De fabrikant was de Fa. Tonnema in Sneek. Een echt familie bedrijf dat de bekende snoepmerken King, Rang en Italiano op de markt bracht. Van huis was de familie de Vries die aan de wieg stond van dit concern rooms katholiek.

grote-king-advert-in-1939
Advertentie in de Leeuwarder Courant uit 1939. King pepermunt is natuurzuiver en kan gebruikt worden bij alle activiteiten.

De ontwikkeling van pepermunt kent een lang proces. In ieder geval was pepermunt-olie al bij de Egyptenaren bekend en werd in Europa vanaf de late middeleeuwen door apothekers verstrekt als medicijn tegen een serie kwalen zoals: nervositeit, hoofdpijn, verstoppingen, jeuk, slechte adem en griep. Het platte pepermuntje niet uitgevonden in Nederland maar in England werd aan het begin van de 18e eeuw gemaakt uit een deeg van Arabische gom, poedersuiker en pepermuntolie. Na 100 jaar kwam het de Noordzee over naar Nederland. Mogelijk is Faam uit Breda de eerste fabriek die in 1838 het eerste Nederlandse pepermuntjes maakte. Veel anderen fabrikanten zetten een fabriek op en eind 19e eeuw waren er talloze kleine pepermuntfabriekjes in Nederland. Het was met name het protestantse volksdeel dat behoorde tot de grootste consument van dit snoepgoed. Mogelijkerwijs ingegeven door de langdurige zit van hun kerkdiensten. Het is zelfs gebleken dat de consumptie van pepermunt toenam nadat de Hervormde kerk zich afsplitsten van de Gereformeerde. De laatste groep hield langere kerkdiensten en dus moest er meer gezogen worden. Zoals de bovenstaande beschrijving van de kerkdienst aangeeft was een beetje afleiding van die pepermunten echt wel nodig en dat bleek ook voor de volwassenen die elkaar met plezier bediende met de ‘hostie.

Het manna der gereformeerden moest zachtjes worden doorgegeven. Ook een alternatieve naam voor het snoepje uit  Sneek. Kerkdiensten van 5 kwartier waren geen uitzondering zelfs in Amsterdam in de jaren na de tweede wereldoorlog. Ik heb nooit goed begrepen waarom de Heer zoveel tijd nodig had om “in ons hart te gaan wonen”. Je moest dus als kind heel wat zitvlees ontwikkelen als je dat tweemaal op een zondag moest ondergaan. Je hebt dan wel een zoethoudertje nodig. En je moest creatief zijn om zo’n dienst door te komen. Maar er was altijd nog – als je tenminste zuinig was geweest – ‘het manna der gereformeerden: King’.

Tijdens de kerkdienst was er gelukkig ook muziek van het orgel en er werd gezongen. Soms ijzig langzaam maar later ook wel wat ritmischer. De woorden van de gezongen psalmen daar begreep je over het algemeen, zeker als kind, niets van. Het was een taal die ouderwets en soms totaal onbegrijpelijk over kwam. Je nam dat gewoon over en op school waar je de psalmen ook moest leren werd nooit uitgelegd wat de betekenis van de ingewikkelde zinnen en moeilijke woorden was.  Je leerde dit soort teksten zoals ook de tafel van 13.

king-foto-kansel
Bij de tentoonstelling in het museum van Dordrecht in 2009 werd een foto geplaatst met als ondertitel ‘Who’s the King’ en op die foto zag je een aangebroken rolletje King liggen naarst de Katheder met opgeslagen bijbel.

King was ‘in’. De jaren zestig van de vorige eeuw zijn de topjaren voor King. King werd gebruikt op reis, in de auto, in de bioscoop en ook op het werk. De reclame sprak boekdelen. In mijn geboortejaar verscheen de advertentie waarin alle activiteiten worden genoemd waar je King allemaal mocht/moest/kon gebruiken. Bij die totale opsomming wordt het gebruik in de kerk niet genoemd. De firma Tonnema wilde natuurlijk niet kiezen voor een bepaald kerkgenootschap.  In het begin werd King nog niet verkocht in een rolletje. Dat maakte het meenemen en uitdelen eenvoudiger. Op een gegeven moment, misschien wel tijdens de oorlogsjaren’ moet echter het gebruik zijn ontstaan dat mensen elkaar de rolletjes doorgaven. Dit veroorzaakte een keten van geritsel en bewegingen, maar menig dominee wachtte geduldig met de preek totdat zijn gemeenteleden met een snoepje op de tong achterover leunden. Het ritueel was kennelijk zo indrukwekkend dat het Utrechtse Catharijneconvent in 1984 een tentoonstelling over anderhalve eeuw gereformeerden in Nederland afficheerde met louter een King-rol en-de tekst: ‘Zachtjes doorgeven’. Dus bij de gereformeerde was het King pepermuntje meer dan een snoepje het was onderdeel van de kerkgang cultuur. Samen met bijbel, psalmboek en eau de cologne op de zakdoek ging ook het rolletje of een afgepast aantal mee de kerk in.

zachtjes-doorgegeven

Een King voor een stuiver. Als zondige jongeling heb ik wel eens een King in de collecte zak gestopt i.p.v. de stuiver die daarvoor bedoeld was. Met die stuiver kocht ik dan maandag middag bij Jamin op het Nassauplein een paar vellen ouwel en een zoute drop. Het snoep was snel op maar het idee dat dit toch eigenlijk niet de bedoeling was achtervolgde me veel langer. Ik weet wel dat mijn daad niet uniek was. Het was dus kennelijk erg moeilijk te kiezen tussen de drie stuivers en de drie pepermunten. Of zoals in dit geval betre past “tussen geest en economie’  In een interview in Elsevier vertelde Maarten ‘tHart dat hij het King-pepermuntje het witte horloge noemde. Dat was voor mij ook erg herkenbaar.

imgres-1
De kerk van de toekomst via de elektronische snelweg?

De Protestantse Kerk in Nederland krimpt. Oude zekerheden en leerstellingen zijn vervaagd. Voor zover hij nog neerstrijkt in de kerkbank, is de kerkganger op drift geraakt met allerlei individuele geloofsopvattingen. Een onderzoeker (theoloog)  naar kerkgewoonte en de terugloop zegt: “De een komt in de kerk voor een meditatief moment, een ander voor een apologetische preek zodat-ie weer weet wat te geloven, een derde voor ethische richtlijnen voor op het werk.”. De vraag is ook gerechtvaardigd waarom de grote meerderheid niet meer in de kerk komt. Maar ja de drie hierboven genoemde punten zijn natuurlijk wel relevant en kunnen zeer goed ook buiten de kerk een bevredigend antwoord krijgen.

Stef Bos en de pepermunten. De zanger Stef Bos is ook kerkelijk opgevoed. Ook hij verhaalt over de verdeling van de pepermuntjes in de tijd. Als de laatste op was dan wist ook hij dat het ‘verlossende, bevrijdende, verrukkelijke Amen’ spoedig zou klinken en snel naar huis mocht. Hij wijdde in 1994 een blues aan de lange zit (‘Pepermunt’) die hij nog geregeld ten gehore brengt. Via Youtube is het te beluisteren en tekst is als ’t volgt:

Het wordt gefabriceerd in Friesland
Het heeft een koninklijke naam
Er zijn natuurlijk andere merken
Maar deze heeft de meeste faam
Je kunt er lekker lang op zuigen
Bijt je tanden er op stuk
En als ik vroeger in de kerk zat
Was het mijn redding en geluk

Pepermunt, pepermunt
Als de preek je gaat vervelen
Als je niet meer luisteren kunt
Pepermunt, pepermunt

Het is de protestantse cocaïne
Voor de gereformeerde junk
Als de dominee op dreef was
Tegen oorlog en geweld
En als ik alle kleine ruitjes
Van elk kerkraam had geteld
Dan greep mijn moeder in haar handtas
Voor het juiste medicijn
En ze gaf me witte pillen
En die verzachtten alle pijn

Pepermunt, pepermunt
Als de preek je gaat vervelen
Als je niet meer luisteren kunt
Pepermunt, pepermunt

Het is de protestantse cocaïne
Voor de gereformeerde junk
Het is de protestantse hostie
De gereformeerde drugs
En als er nooit geen kerk geweest was
Dan was er ook geen
P-p-p-p-p………pepermunt
Als de preek je gaat vervelen
Als je niet meer luisteren kunt

Pepermunt, pepermunt
Het is de protestantse cocaïne
Voor de gereformeerde junk

De kerk en het merk. Het is zeker geen lichte zaak om te beslissen tot welke kerk je graag wilt behoren. Protestant en katholiek dat is nog wel te bevatten maar Hervormd of Gereformeerd zeker in 2016 lijkt toch een beetje achterhaald. Dat hebben de kerkelijk organisaties ook ingezien en over het algemeen hebben de twee soorten zich verenigd in de PKN kerk. Maar ingewijden hebben me verzekerd dat als je niet precies weet tot welke stroming iemand hoort dat je dan moet wachten tot dat de preek begint en het merk pepermunt uit zak of tasje wordt gehaald. Bijna wint men de weddenschap altijd want King is gereformeerd en Faam (het bedrijf uit Breda) wordt het meest genuttigd in de Hervormde kerk. Fijnslijpers weten het verschil ook aan te duiden dat King is hard en daar doe je langer mee terwijl Faam soft is en direct op je tong smelt. Je hebt er maar kort plezier van. Om deze gedachten nu theologisch inhoudelijk te verklaren lijkt me onzinnig. Maar als humor, niet slecht.

De Faam uit Breda  Pepermunt van de Fa. Faam uit Breda werd niet alleen genuttigd door Hervormden maar ook door Rooms Katholieken.  Dit had alles te maken met de reclames in het weekblad de Katholieke Illustratie: een snoepje dat wekelijks zo groot in het lijfblad uitpakte, moest wel van katholieke huize zijn en dat klopte ook. Toen bovendien het Tweede Vaticaans Concilie de eis van nuchterheid bij een communie verzachtte, konden katholieken tevens tijdens de mis van pepermunt genieten. Volgens persstemmen promootte Rome zelfs het product uit Sneek, gelet op uitlatingen als: ‘De paus moet hebben gedacht: zonder prediking geen King. En ik als koning van de kerk, zeg tegen mijn mensen: Thy Kingdom come.’ Een stelling in het proefschrift van Doeke Post over hoofdpijn patiënten luidde: “De mate van secularisatie van het gereformeerde volksdeel zou kunnen worden afgemeten aan het verminderde gebruik van King Pepermunt”

Het rolletje King en andere zaken. Niet alleen in religieuze context bood het King-rolletje soelaas, ook in prozaïsche zaken. De Survivor krijgt in handboeken de raad om zo’n rolletje in de rugtas te stoppen, aangezien pepermunt een perfect middel vormt om een vuurtje mee aan te maken. De mare wil dat dit komt doordat er terpentine in het product zou zitten maar het is gewoon de pepermuntolie die brandt.

Een aparte combinatie leverde pepermunt en erotiek op. Internet biedt nog al eens een verhaal van jongemannen die in de jaren vijftig met een rolletje in de broekzak petticoat-meisjes opvingen tijdens het Rock & RoII dansen. Maar ook het typisch pikante mopje uit die tijd werd ook regelmatig verteld nl: Een leerling-verpleegster komt bij het ziekbed van een oude baas en vraagt: ‘Zie ik daar een rolletje King of bent u blij mij te zien?’

Ook in het zakenleven speelde King een kleine rol. Jaren lang kreeg je als KLM passagier een gratis King-rolletje met vier pepermuntjes uitgereikt. King was erg populair en dat kan je prima aflezen aan het feit dat klanten het ook als een soortnaam voor pepermunt hanteerden en dat is het hoogst bereikbare voor een merkartikel.

Waarom een ode aan het pepermunt? De woorden die hierbij horen zijn nostalgie, vroeger was het beter (zeker niet!), heimwee (geen!), herkenning, tijdsbeeld (zeker!) en ook relativeren (dat is helemaal waar!). Daar hoort ook het lied bij (en nog vele anderen) ‘over de hemel’ dat Maarten van Roozendaal en Paul de Munnik samen met heel veel passie zongen tijdens hun theatershow in 2011 en nog te beluisteren is via Youtube).

Als er iemand overleed dan zei men heel gewoon hij/zij is gaan hemelen. Dat was geen grap dat werd gemeend en men wist het zeker. Je ging ook zonder discussie naar de catechisatie of met het kamp van de Jeugdvereniging van de kerk. Zonder commentaar voetbalde je alleen op zaterdag en zondag liet je de fiets staan. Men verbrandde een Dick Bos boekje en vloeken deed je niet. Het brood van een christelijke bakker smaakte beter. Al die zaken leveren gevoelens van positieve en negatieve aard. Dat alles is voor mij nog maar 60 jaar geleden en op de ‘Bible-belt’ is het er nog steeds maar mijn heimwee gaat daar niet naar uit en zeker niet wat men daar in het algemeen denkt. De klok loopt niet achter maar staat soms een lange tijd stil. Maar ja je groeit er overheen zingen Maarten en Paul en het adres zijn we al jaren kwijt.

Vroeger was de hemel gewoon een adres
Waar je naartoe ging wanneer je leven klaar was
Dat als het zo ver is dat je dan weet wat je moet doen
Vlak nadat je overleden bent, dan ging je naar de hemel
Je kent het adres, je belt aan
Het is volkomen vanzelfsprekend dat degene die je opendoet
Zegt: “Fijn om je te zien”
En diegene was natuurlijk iemand die je kent

Vroeger was de hemel iets met gras en blauwe lucht
Waar je mocht waaien wanneer je tijd voorbij was
Je ziet je vader en je moeder en je dode vrienden weer
En je danste samen door de eeuwigheid
En rond het kampvuur zingen je helden van weleer
En er is genoeg te eten en te drinken
‘t Is een kinderlijk idee maar je groeit er overheen
Dat adres zijn wij al jaren kwijt

Heimwee naar de hemel 
Naar een plek die je niet kent

 

 

 

 

Referenties:

=Verschillende websites en info van het Catharijne Convent

=Jef de Jager De KING familie Een geschiedenis van een pepermuntje., Friese pers boekerij, Leeuwarden, 2010.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *