Zaterdag 10 december 2016: Dom van der Laan en een het ruimtelijke gevoel.

De zon scheen en aan de overkant van de provinciale weg lag de bushalte. Het was zo’n mooie dag die je wenst als je een paar dagen op vakantie bent in het Gulpenerland.

In de bus, naar Maastricht zat ik naast een RK geestelijke. Een pater, priester, monnik die voor ik ging zitten een beetje opschoof naar het raam en zijn tas op de schoot nam. We knoopte een praatje aan. Hij was monnik, zo vertelde hij en zijn thuis was de Abdij van Vaals en met de bus op weg naar Sittard. Wat hij deed in het klooster? Hij was Benedictijner monnik. Zijn broederschap bestond nog slechts uit 13 medebroeders en hij was de jongste. Ik schatte hem 60-65 jaar. Hij vertelde mij dat zijn Abdij St. Benidictusberg op een prachtige plek stond en als ik geïnteresseerd was beslist eens moest gaan kijken. Zijn functie in de abdij annex kerk was gastenpater. Hij zorgde, vertelde hij enthousiast dat de vele bezoekers die voor een paar dagen in retraite of een cursus kwamen volgen zich snel een weg konden vinden in het immense complex.

11
Benedictijner Abdij St.Benedictusberg in de gemeente Vaals/Mamelis, Limburg

Maar hij was ook, zo vertelde hij met enige trots, Archivaris van het erfgoed van Dom Hans van der Laan. Hij keek me vragend aan omdat ik deze Dominicaanse monnik en toonaangevende architect niet kende. Diepte uit zijn tas een klein folderachtig boekje op waarin op de voorpagina een luchtfoto stond van de Abdij St. Benedictusberg in Vaals. Lees dit maar eens en als je geïnteresseerd raakt mag je altijd langs komen. Hij stapte uit en een paar halten verder liep ik over de St, Servaasbrug met links en rechts de Maas de fraaie binnenstad van Maastricht in. Ik kwam een aantal begrippen tegen die ik niet kon thuisbrengen zoals Bossche school, plastisch getal en nog een aantal.

Dom Hans van der Laan. Hans van der Laan (1904-1991) werd geboren te Leiden op 29 december 1904 als zoon van Leonardus van der Laan en Anna Maria Louise Stadhouder. In 1927 trad van der Laan in bij de benedictijner orde en kreeg de naam Domnus Johannes van der Laan. Hij overleed te Vaals op 19 december 1991. Hans van der Laan was afkomstig uit een milieu van architecten. Zijn grootvader was tuinarchitect, zijn vader architect en ook twee broers van hem kozen voor het vak.

images-1
Dom Hans van der Laan

Ook Hans studeerde van 1923 tot 1926 architectuur aan de Technische Hoogeschool te Delft, maar maakte zijn studie niet af. Hij liep rond met vragen waarop hij in Delft geen antwoord vond, ook niet bij prof. Ir. Marinus Jan Granpré Molière (1883- 1972), die in die tijd op de jonge Van der Laan een bijzondere invloed had. Granpré Molière, die zocht naar eeuwige waarden in de architectuur, was een van de voormannen van het z.g. Katholieke Bouwen. Deze stroming in de architectuur, ook wel aangeduid als de Katholieke school, ontstond als een reactie op het Nieuwe Bouwen van na de Eerste Wereldoorlog. Het Katholieke Bouwen zette zich met kracht in voor de handhaving van het traditionele architectuurbegrip en verzette zich tegen zaken als gewapend beton en het platte dak, alsmede tegen de industrialisatie die als onmenselijk werd beschouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werd deze visie ook wel betiteld als de Delftse School, wat door de tegenstanders als scheldnaam was bedoeld.

Geloof en architectuur twee gescheiden zaken. Als student van de Technische Hogeschool Delft nam Van der Laan aanvankelijk enthousiast deel aan een bouwkundige studiegroep die door Granpré Molière werd gevormd. Toen de hoogleraar steeds duidelijker zijn voorkeur uitsprak voor het katholicisme en zijn waarden steeds meer een religieuze inhoud kregen, haakte Van der Laan af. Voor hem waren architectuur en geloof gescheiden zaken. Zoals hij het zelf uitdrukte: ‘Zolang ik over architectuur heb gesproken, heb ik nooit een vroom woord laten vallen. Een roomse architect is net zo’n gek woord als een roomse timmerman en rooms bouwen is net zo gek als rooms koken.’

Intrede in het klooster. Vanaf zijn intrede in 1927 was Van der Laan binnen het klooster, eerst in Oosterhout en later in Vaals, de koster die voorbereidingen trof voor de liturgie, maar die zich ook bezighield met de vormgeving van liturgische voorwerpen. Hij verdiepte zich in het ‘typische’ van muziek, het schrift, vaatwerk en kleding, en ontwierp gewaden, kazuifels en kandelaars. In de tijd die hij over had, wijdde hij zich alsnog aan de architectuur. Dom van der Laan zocht naar de ware beginselen van de architectonische vormgeving. In het klooster werkte hij verder aan het antwoord op de vraag: aan welke maatstaven moet de esthetiek van een bouwwerk voldoen? Omdat hij in de bestaande stromingen geen antwoord op zijn vragen vond, ging hij op zoek naar een alomvattende theorie. Bij de ontwikkeling van zijn theorie werd hij in belangrijke mate gesteund door zijn broer Nico, die ook architect was.

schermafbeelding-2016-11-28-om-19-53-58
Dom van der Laan samen met zijn broer Nico van der Laan (architect)

Plastisch getal. In 1960 publiceerde Van der Laan een Franstalige studie over het plastische getal, in 1967 in bijgewerkte vorm in het Nederlands vertaald, die in 1977 zou worden gevolgd door het boek ‘De Architectonische Ruimte’. Dat is natuurlijk ook geldig op het grote geheel m.a.w. een architectonische visie bepaalt mede een stad. In 1985 zag een derde publicatie het licht: ‘Vormenspel der Liturgie’, waarin zijn these nogmaals op een meer algemene wijze wordt gepresenteerd. Hans van der Laan paste zijn visie niet alleen toe op een huis, een kerk, maar ook op het ontwerp van meubels, kleding en andere zaken. Grondslag voor zijn architectuurtheorie was een matenstelsel dat gebaseerd is op universele wetten van de menselijke waarneming. Dit vaste matenstelsel, het ‘plastisch getal’, was noodzakelijk voor het creëren van het ideale menselijke verblijf. Uitgangspunt was dat de architectuur de oneindige ruimte om ons heen bewoonbaar moest maken, maar dat er iets moest worden toegevoegd om die ruimte voor de mens een aangenaam gevoel van geborgenheid en schoonheid te geven. Volgens Van der Laan speelde daarbij de onderlinge afstand van vormen en hun dikte en grootte een belangrijke rol.

schermafbeelding-2016-11-23-om-10-46-25

Het plastisch getal, dat hij al in het begin van de jaren ’40 formuleerde, was het verhoudingsgetal dat uitdrukking geeft aan de manier waarop mensen groottes onderscheiden. Dit plastisch getal achtte hij niet alleen van toepassing op meubels en gebouwen, maar ook op de gehele stedelijke ruimte. Kort gezegd het ‘plastische getal” is eigenlijk gebaseerd op de ‘gulde snede’ waarbij de speciale verhouding van lijnstukken wordt aangegeven. Stel je hebt twee lijnen van lengte a en b, dan voldoen deze aan de gulden snede als de gezamenlijke lengte van de lijnen zich verhoudt tot a op dezelfde manier dat a zich verhoudt tot b. Je kan dus de gulde snede aan duiden met een getal. Dus a=b/a is gelijk aan a/b. De compositie van Leonardo da Vinci ‘s Mona Lisa houdt zich aan de gulden snede: het lichaam staat in verhouding tot het hoofd, de neus tot het gezicht, enzovoort. Begiftigd met een groot wiskundig inzicht wist hij snel te beredeneren dat die gulden snede hooguit kon gelden voor het platte vlak, maar dat was ontoereikend voor de architectuur. Die bestaat immers uit drie dimensies. Die brutaliteit werd hem niet in dank afgenomen. Slechts mondjesmaat mocht hij zich in het vervolg bezighouden met architectuur.

dom Hans van der Laan met morphotheek in klooster te Vaals, 1981
Spelen en leren met de blokkendoos (morphotheek) die altijd een belangrijke plaats innam bij de architectuur cursussen

Als koster van het klooster stortte hij zich op de bestudering van een groot aantal andere zaken: muziek, kleding, liturgie, typografie. Dat allemaal vanuit de overtuiging dat het zoeken naar de essentie van iets uiteindelijk ook zijn inzicht in de architectuur zou vergroten. In de schaarse vrije ogenblikken sprak hij daarover met oude studiemakkers, en vooral met zijn jongere broer Nico van der Laan, die ook architectuur was gaan studeren. Samen met Nico kreeg hij nog voor de oorlog een eerste, nog weifelende greep op wat de basis van architectuur moest zijn: ze noemden het een ‘grondverhouding’ waarmee de essentie van gebouwen kon worden blootgelegd. Na de oorlog werd Nico gevraagd om in ‘s-Hertogenbosch een cursus te organiseren voor architecten die het herstel en de bouw van de vele verwoeste kerken in het zuiden van het land goed ter hand moesten nemen. Nico vroeg ook Hans om daar lessen te geven. Uit die cursus, die tot 1973 standhield, groeide langzaam en geleidelijk een theorie, die in 1977 werd gepubliceerd in het boek ‘De architectonische ruimte’. Dat is geen makkelijk boek maar wel heel fascinerend. Wars van alle modestromingen, los van alle tijdgebonden factoren, beschrijft het aan welke voorwaarden een gebouw moet voldoen wil het een waarlijk menselijk verblijf zijn.

De Bossche School. Om zijn matenstelsel inzichtelijk te maken, ontwierp Van der Laan de ‘abacus’, een doos met staafjes, aan de hand waarvan hij zijn tweedimensionaal stelsel uitlegde, en de ‘morfotheek’ voor de driedimensionale vormen. Direct na de Tweede Wereldoorlog verzorgde Van der Laan de lessen Kerkelijke Architectuur in het Kruithuis in ‘s-Hertogenbosch. In die lessen kon hij zijn vragen en bevindingen aan de orde stellen en toetsen aan het gehoor van zijn studenten, die veelal als architect werkzaam waren. De cursus Kerkelijke Architectuur was in 1946 opgezet door de Katholieke Leergangen in Tilburg en had tot doel architecten een helpende hand te bieden bij de zware taak die hen wachtte: de restauratie van verwoeste kerken, kapellen en kloosters. Den Bosch werd bewust als vestigingsplaats voor de cursus gekozen. De verwachting was dat de band die zou ontstaan met het kerkelijke en liturgische leven van de kathedraal van groot belang zou zijn voor de vereiste sfeer en de geest waarin de deelnemers van de cursus zouden werken. In de beginperiode van de cursus werden de studievoorbeelden vooral gezocht bij de vroegchristelijke basilica uit de Romaanse kunst, die als bijzonder evenwichtig werden beschouwd. Om die reden en omdat vrijwel alle deelnemers katholiek waren en afkomstig uit traditionele architectenkringen, werd aan hen de (scheld)naam ‘Bossche School’ gegeven. De cursus werd door velen beschouwd als een variant van het Katholiek Bouwen, hoewel er in deze eerste periode zeker geen sprake was van een gemeenschappelijke bouwstijl. Later werd de benaming ‘Bossche School’ speciaal toegepast op de theorieën van Hans van der Laan, die binnen de cursus steeds meer centraal kwamen te staan.

Uitgevoerde opdrachten. Dom van der Laan kreeg de gelegenheid zijn opvattingen daadwerkelijk uit te voeren als architect van zijn eigen abdij in Vaals alsmede van een abdij in het Belgische Waasmunster moest op 6 augustus 1975 een gloednieuwe gebouwencomplex klaar voor de doorstart van Roosenberg III. Daarnaast moest er gewerkt worden aan de gebouwen in Tomelilla in Zweden en een woonhuis in Best, inclusief de meubels. Al deze werken vertellen bovenal iets van de kloosterlijke alledag waarin ze zijn ontstaan. Als goed monnikenwerk zijn ze van een degelijke constructie. Tot rijping gekomen in de stilte van de abdij, maar evenzeer in de ruimte van de wereld en niet gebonden aan een bepaalde periode. Voor iemand die dit weet te begrijpen zelfs tijdloos.

interieur_bovenkerk_zicht_op_de_middenbeuk_met_koorbanken_voor_de_monniken_-_mamelis_-_20536587_-_rce
Interieur bovenkerk van de Abdij St.Benedictusberg zoals is ontworpen door Dom van der Laan. De middenbeuk met de koorbanken voor de monniken.

“Als we iets maken, moeten we niet letten op wat we maken, ook niet op de mogelijkheden van het maken, maar op het maken zelf”. Met dit geloof voor ogen onderzocht hij de dingen in hun wezen en kwam hij tot heel concrete ontwerpen voor zijn kloosters in Nederland en daarbuiten. Terwijl het voor niet-ingewijden niet makkelijk is de theorieën van Dom van der Laan volledig te doorgronden, bieden met name de meubels een goed aanknopingspunt voor zijn opvattingen over ‘het echte maken’, het ritme en het samenvoegen van dingen, van plank en klamp zoals bij de deur van een simpele boerenschuur te zien is. Niet alleen in zijn lessen en zijn geschriften werkte Van der Laan zijn ideeën uit, maar ook in zijn ontwerpen.

inspiratie-a-vaals-l
Bovenkerk met zicht op het altaar.

Hoewel hij zelf opmerkelijk weinig heeft gebouwd, kreeg Hans van der Laan in 1989 de Limburgse architectuurprijs voor zijn ontwerp van een bibliotheekvleugel met trappenhuis en galerij bij zijn Benedictijnenabdij te Vaals uit 1986 en voor zijn totale werkzaamheden ten diensten van de architectuur, op het gebied van onderwijs en uitvoering tegelijk.

Willibrordkerk Almelo. De eens fraaie Willibrordkerk had ruim 40 jaar dienstgedaan toen in 2004 de laatste eucharistieviering plaatsvond. De kerk was helemaal volgens de Bossche School architectuur ontworpen door Jan de Jong uit Schaik. Jan de Jong (monnik en architect) was een leerling van Hans van der Laan. Zowel uit – als inwendig werd het kerkgebouw gekenmerkt door harmonieuze verhoudingen, beïnvloed door Van der Laans zogenaamde plastische getal. In het interieur, boven de arcaden van de middelste beuk, bevonden zich muurschilderingen, voorstellende het leven van Christus, van Th. Stravinsky (1907-1989).

overzicht_binnenplein_-_almelo_-_20334911_-_rce
Binnenplein St. Willibrordkerk Almelo (afgebroken in 2005)

Als zodanig was deze kerk een hoogtepunt in de naoorlogse kerk bouw, beïnvloed door de Bossche School. De kerk werd gesloten in 2003 en gesloopt in 2005. De reden om de kerk af te breken waren teruglopend aantal kerkgangers, financiën en het samenvoegen van drie parochies (inclusief drie kerkgebouwen) en de bouw van een nieuwe kerk i.p.v. een van de drie bestaande kerken te herinrichten voor nieuw gebruik. Maar de erve van Jan de Jong was daar tegen omdat er niet gesleuteld mocht worden aan zijn creatie dat zo precies en nauwkeurig gebaseerd was op het plastische getal. De in 1964 gebouwde RK parochiekerk van de H. Willibrordus werd verkocht aan de woningstichting Sint Joseph. Deze wilde de kerk slopen en seniorenwoningen bouwen. Er gingen echter stemmen op de kerk te behouden als fraai voorbeeld van de Bossche school van Dom van der Laan. De gemeente had een sloopvergunning afgegeven voor de kerk. Men was er niet in geslaagd de kerk te behouden en te integreren in een nieuw te bouwen zorgcomplex met seniorenwoningen. Alleen de familie van architect De Jong bleef zich tegen de sloop verzetten. Dit baatte niet en je zou natuurlijk best de Gemeente Almelo kunnen verwijten dat ze niet attent genoeg zijn geweest op een belangrijk monument van de Nederlandse Kerk bouw.

interieur_overzicht_naar_het_westen_-_almelo_-_20330545_-_rce
Kerkinterieur naar het westen.

Persoonlijk denk ik dat men best een cultuur dragend element binnen Almelo had moeten behouden. In Almelo is dus niet altijd wat te doen en in dit opzicht staat het licht op rood. Er gingen echter stemmen op de kerk te behouden als fraai voorbeeld van de Bossche school van Dom van der Laan. De gemeente had een sloopvergunning afgegeven voor de kerk. Men was er niet in geslaagd de kerk te behouden en te integreren in een nieuw te bouwen zorgcomplex met seniorenwoningen. Daarmee verloor men wel een prachtig voorbeeld van een unieke architectuur stijl die Nederland gekend heeft.

Benedictijnenabdij te Vaals. Er is een zeer interessante geschiedenis van het sint Benedictusberg Abdij. Dat voert hier te ver. In ieder geval staat vast dat midden van de 19e eeuw een soort reveil is geweest om kloosters weer in eer te herstellen. Eeuwenoude abdijen werden weer hersteld of nieuwe ruimten aangebouwd. In 1833 start ook een groepje een nieuwe Benedictijnse gemeenschap in de gemeente Vaals/ Mamelis. In 1922 kregen de gebouwen met hun monniken de naam Abdij St. Benedictusberg. IN WOII werden veel Duitse monniken opgeroepen voor de militaire dienstplicht. En zakte dus de bloei van het klooster in. Na de oorlog begin langzaam de gemeenschap te groeien.IN 1951 begon een groep van 13 monniken weer het monastieke leven in de oudere gebouwen op te bouwen. Maar een kerk ontbrak nog steeds. Men gaf in 1956pater Hans van der Laan de opdracht een ontwerp te maken. In 1968 werd de abdijkerk ingewijd en bovendien werd daarop volgend nog een nieuwe bibliotheek en sacristie gebouwd. Die kerk van Dom van de Laan zijn we gaan bezoeken en de pater uit de bus heeft ons gastvrij ontvangen en er gingen een paar deuren open die voor normale bezoekers gesloten bleven. Je passeert het voorgebouw en gaat via een brede trap naar de galerij. Via een weg die ik niet meer jan reproduceren kwamen in de bovenkerk met de eenvoudige prachtig grijze banken waar zojuist een van de dagelijkse diensten aan de gang was. Een handje vol monniken zaten rondom het altaar. In de kerk een verdwaalde toerist.

cdf8f652402e8e43ffb463ee5b12d8a8
Hoekje in Abdij St.Benedictusberg met meubilair dat ook ontwerpen is door van der Laan.

De kerk is een rechthoekige symmetrische ruimte met aan weerzijden massieve, rechthoekige kolommen. De wanden bestaan uit bakstenen die wit gemaakt zijn. DE vloer is grijs beton en het plafond is van bruinachtig hout. Veel bovenramen waardoor het licht prachtige schaduwen ontwierp. De kerk waar we later nogmaals binnen gingen maar nu zonder anderen is een oase van rust, ruimte, ritme en licht. Er komt geen geluid van buiten en het gebouw inspireert tot hogere gedachten. Daar waar de 13 monniken zaten zie ik een stuk steen dat het altaar is. Eenvoudig maar zeer functioneel. Waarom geeft deze ruimte inspiratie/ Er is niets? Is dat het? Het is in balans Is dat het dan? Is het gewoon het ongewone waardoor je wordt opgetild.

Tot slot. Dom van der Laan gebruikte regelmatig een citaat uit Jezus ben Sirach de Ecclesiasticus, een man die een hoofdstuk van het Oude Testament schreef dat alleen in de katholieke vertaling voorkomt: Van nature zijn wij aangewezen op water, brood, kleren en een huis. Brood en water vervelen nooit. Ons hele leven kunnen we dat tot ons nemen. Zonder zuiver water valt geen thee, koffie of bier te maken. Maar het recept voor zuivere architectuur is in de loop der eeuwen verloren gegaan. Dat is wat Van der Laan wilde: het recept vinden van het huis dat, onder welke omstandigheden dan ook, voldoet aan onze primaire behoefte. Het huis dat ons nooit en te nimmer verveelt. Een meer dan waardevolle gedachten!

Referenties

=Dom H. van der Laan, De architectonische ruimte: vijftien lessen over de dispositie van het menselijk verblijf, Leiden 1977

=Dom H. van der Laan, Het plastisch getal, Leiden 1967

=Artikel over Dom Hans van der Laan in J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 3 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam / Meppel 1995).

=Abdij Sint Benidictusberg Mamelis Vaals, Boekje aangeboden door abt en Monniken van de abdij ter gelegenheid van het 15 e eeuwfeest van de geboorte van Sint Benedictus.

=Hans Holtmann (samensteller); De Willibrordkerk Almelo, erfgoed van Dom Hans van der Laan, Jan de Jong en Theodor Strawwinsky; Uitg. Woningstichting Sint Joseph Almelo in samenwerking met de Gemeente Almelo., (2004).

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *