Donderdag 9 maart 2017: Op 9 maart 2015 overleed de dichter H.H. ter Balkt

De dichter Herman Hendrik ter Balk is geboren te Usselo, (Gemeente Enschede) op 17 september 1938 en overleed op 76 jarige leeftijd in Nijmegen op 9 maart 2015 te Nijmegen.

Hij woonde daar sinds 1967. Na een tijdje als journalist gewerkt te hebben bij het Twentse dagblad Tubantia behaalde hij zijn onderwijs diploma’s en is tot 1983, bijna 25 jaar, in het onderwijs actief geweest . Daarna heeft hij zich alleen geconcentreerd op zijn dichterschap. Naast zijn dichter was hij ook prozaïst, toneelschrijver en vertaler. In ’zijn vrije tijd’ richt hij zich ook op het werken op het land, jazzpianist en blueszanger.

Hij is een meester om het grote aantal gepubliceerde bundels te voorzien van originele titels. Zijn in 1969 gepubliceerde bundel (onder zijn pseudoniem Habakuk II de Balker) had de opmerkelijke titel: Boerengedichten, of wel ‘Met de boerenbijl, bijeengelezen door zijn lintworm’ ( uitgever: Amsterdam, Bezige Bij)

Hij publiceerde tientallen bundels met gedichten en allen vertonen een eigenzinnige stijl, weerbarstigheid en woordkeus. Zijn woorden “stampen, knoerpen, toeteren, wringen en walsen” komen diep bij de lezer naar binnen. Hij bedenkt eigenzinnige woorden als “hemelzweep” en “aardappelmeelschuim”. Herhaalt woorden en regels, allitereert met gretigheid, rijmt als het hem uitkomt. De dichter H.H. ter Balkt staat bekend om zijn dwarsheid en leverde poëzie met aardse, grimmig-humoristische taal maar ook was hij een schrijver van sonnetten die betrekking hadden op historische vaak vergeten gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis.

Zijn eerste zeven bundels (van 1969-1977) publiceerde hij onder het pseudoniem Habakuk II de Balker. Ter Balkt zei ooit in een interview dat hij die naam voor de grap gekozen had als een ‘krankzinnig pseudoniem’, want ‘ik houd wel van overdrijven, dat is Twente eigen, en dat overdrijven heb ik dan zelfs tot in mijn schrijversnaam doorgevoerd. De pseudoniem Habakuk verwijst naar een van de profeten die in het oude testament wordt genoemd. H.H. ter Balkt was een bekend dichter maar ook zeer gewaardeerd. Dat blijkt o.a. uit het groot aantal literaire prijzen die hij ontving zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1980, Jan Campert-prijs in 1988; Charlotte Köhlerprijs voor Literatuur (1993); Karel de Grote-prijs voor zijn gehele oeuvre (1997); Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1998) en tenslotte de ontvangt hij de P.C. Hooftprijs (voor poëzie) in 2003.

In 2005 maakte hij in een kranteninterview bekend dat hij aan een bipolaire stoornis  leed en leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan.

Als dichter zegt hij over zichzelf: “Ik bezing het vertrapte”. Bovendien is hij een van de weinige Nederlandse dichters die protestverzen publiceerde: tegen de vervuiling van de zee en tegen kerncentrales, wat al aantoont dat hij, met al zijn weemoed om wat verloren ging, met beide benen in de moderne tijd staat. Verder zegt hij: “Een grote trom van anekdoten is de grond” en de dichter wroet en vergelijkt zichzelf met … een varken. Op de vraag of hij Dichter des Vaderlands zou willen worden, antwoordde Ter Balkt in een interview: “Ik heb een moederland, geen vaderland”.

Van deze bijzonder dichter die tal van ontroerende verzen schreef volgt hier:

China, juni

De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt

In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw

Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan

De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt

Uit de bundel:’In de kalkbranderij van het absolute’, De Bezige Bij (1990).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *