Donderdag 27 april 2017: Robert Anker werd op zaterdag 27 april 1946 geboren.

Rengert Robert Anker werd op 27 april 1946 in het West-Friese Oostwoud geboren en overleed op 70-jarige leeftijd ( 20 januari 2017) in Amsterdam. Anker studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Robert Anker was naast dichter ook schrijver en literatuurcriticus.

Hij debuteerde als dichter met de publicatie in literaire tijdschriften zoals De Revisor. In 1979 verscheen zijn eerste bundel ‘Waar ik nog ben” met gedichten die gerelateerd zijn aan de omgeving waar hij werd opgevoed. In 1983 kwam hij met een nieuwe bundel veel met gedichten die verband hielden met de wereld die buiten hem lag. Daarna kwamen de bundels waar hij zich richt op het stadsleven en meer maatschappelijk problemen. In totaal schreef hij een tiental dichtbundels. Zijn poëzie werd bekroond met de Jan Campert-prijs en de Herman Gorter-prijs.

Bekroning voor zijn prozawerk gebeurde via de Libris Literatuur Prijs, in 2001 de F. Bordewijk-prijs. Ook werkte hij jarenlang als (poëzie-)criticus voor de Amsterdamse krant Het Parool.

Op 20 januari 2017 (zijn sterfdag) kwam zijn laatste (historische) roman In de wereld, uit roman die speelt in het Gent van het laatste deel van de vijftiende eeuw.

Hij mengde zich veelvuldig in debatten over de toekomst van het literatuuronderwijs. In die debatten sprak hij ook als ervaringsdeskundige want hij was tot zijn zestigste jaar leraar. Hij zette zich in het debat af tegen de stroming die meende dat ‘leesplezier’ centraal zou moeten staan. Die uitdrukking vond hij even absurd als ‘wiskundeplezier’.

Anker was dus een schrijver die zich op allerlei gebieden heeft ontwikkeld. Eerst als toneelschrijver en later als schrijver van poëzie en proza. In het begin zicht hij naar de thematiek die hij in zijn gedichten wilde vormgeven. Over zijn ontwikkeling als dichter zei hij eens: : „Als ik een ekster beschreef, dan bedoelde ik eigenlijk de menselijke ziel. In die tijd was een gedicht voor mij een genre dat iets kloosterlijks heeft, religieus bijna.” Later ontdekte hij pas zijn eigen stijl, veel minder verstild en breder uitwaaierend dan in zijn eerste bundel Dat wordt duidelijk getoond in de bundel De broekbewapperde mens: ‘(2002) waarin meer dan 2o jaar later we kunnen lezen: ‘………..Wij hebben iets geleerd – waar is het einde van het jaar / als alles toch weer bloeit en tiert geurt en kwettert? / Moeder achtergelaten in de kou van het mortuarium./ Zonder de dood is het leven zinloos. Voilà./ Verder de kwestie van het doorleven. Dat we dat doen.’

Tot slot kies ik het gedicht Seigneur? uit 1983:

Seigneur?

Dit is het laat seizoen. Mijn boom
draagt van zijn bloei de vruchten,
maar geen plof in gras die ruimte
maakt, bereikt mij achter het glas.
Ik dacht toch wel dat ik het was.
 
Het is voorbij. De dagen zijn op orde.
Herinnering zwerft als ziekte door het huis
(witte zeilen, blauwe zee, jij!).
Bemost is het balkon, mijn oog
komt tot de rand, keert naar binnen.
Voortaan is het zondagmiddag.
De heer ziet onze tranen niet.
Luchtreclame ronkt af en aan
met een boodschap voor de buren
die de luiken trillen doet.
Ik ga de trap af. Met mijn voet
schuif ik de folders in een hoek.
Daar zit geen reis bij die ik zoek.
 
Het is donker in het souterrain.
Ik sleep mijn leunstoel naar het raam.
Water ruist in buizen om mij heen.
De tuin is groen. Zo was het vroeger.
Ik oefen dus voor oude man.
De bel staat af. Ik hef mijn glas.
Adieu, ik schrijf nog wel.
 
 
 -------------------------------
 uit: Van het balkon (1983)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *