Donderdag 13 april 2017: De dichter N.M. Wijnberg werd op donderdag 13 april 1961 geboren.

De dichter en schrijver N.M. Wijnberg (Nachoem.M.Wijnberg) werd op donderdag 13 april 1961 te Amsterdam geboren. Nachoem M. Wijnberg is ook wetenschapper. Hij studeerde Rechten en Economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1990 promoveerde hij aan de Rotterdam School of Management. In 1990 promoveerde hij te Rotterdam op het proefschrift: ‘Innovation, Competition and Small Enterprises’.  Van 2001 tot en met 2005 was hij als hoogleraar industriële economie en organisatie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2005 is hij benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

In 1989 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘De simulatie van de schepping.  Sindsdien volgden er meer dan 15 bundels met gedichten en een aantal romans. In 2004 kreeg hij de Jan Campertprijs voor ‘Eerst dit dan dat’. Een paar jaar daarna (2008) ontving hij de Ida Gerhardt poëzieprijs voor ‘Liedjes‘. Het jaar daarop (2009) kreeg hij voor zijn bundel  ‘Het leven van” de VSB Poëzieprijs.

Nachoem Wijnberg is een eigenzinnig dichter. Regelmatig komt de thematiek terug waarin de dichter/wetenschapper probeert de macht, economische en maatschappelijke structuren te analyseren. Dat zijn toch de actuele thema’s waarin wij elke ochtend wakker worden stelt de de dichter/wetenschapper. Noot:Ik sla zelf menig ochtend over.

Maar in zijn de  gedichten van Wijnberg gaat het regelmatig over belastingen en overheidstaken, voorraden en schulden, notarissen en accountants, fabrieken en stakingen, vrijheden en grondrechten. Maar ook thema’s als:  hoe geld te verdienen en hoe verkiezingen te winnen, wanneer een oorlog te verklaren en wanneer een nieuwe staat op te richten.

Wijnberg stelt dat economie, politiek of geschiedenis gaat ‘over hoe mensen met elkaar zijn’. Volgens Wijnberg is poëzie de krachtigste manier om iets te begrijpen van intermenselijke verhoudingen. Maar Wijnberg permitteert zich dan daarom ook gedichten met titels als bv:  

‘Kun je jouw bankier,

of een andere bankier die nu/nog wakker is,

vragen om snel aan goedkoop geld/te komen,

maar heel veel, niet een beetje?’.

Overigens zijn er nog lange titels in deze bundel. Ook de volgende gedichten zijn niet erg bemoedigend te lezen. Mogelijk moet je dat meerdere keren doen. Maar het is niet erg motiverend, althans voor mij.

Waarom dan toch deze dichter? Omdat hij zo bijzonder is en in ander bundels leer je hem kennen als een meer toegankelijk dichter. Soms ben je plotsklaps verrast door een mooi deel uit een gedicht of en mooie combinatie van woorden. Maar andere gedichten lijken wiskundige opgaven met ingeklede vergelijkingen. Het vinden van de juiste oplossing geeft dan wel heel veel genoegen. Maar er zijn ook ander gedichten. Ik kies een gedicht (zie aan het slot van dit stukje) uit de bundel die in 2011 verscheen: ‘Als ik als eerste aankom’. De titel zegt het al het gaat in de opgenomen gedichten met name over vertrekken een aankomen. Met uiteraard daarbij de landschappen van bergen, rivieren, eilanden en steden. Maar soms staat het gedicht en bewegen alleen de woorden zoals het naar binnen en naar buiten gaan van een huis:

Ik kwam door de voordeur naar binnen,

sliep een nacht in een goed bed,

’s ochtends door de achterdeur naar buiten,

zag het water van de grote vijver,

ik wist niet dat dit er was.

Er zit veel verassing in de poezie van Wijnberg en vaak denk je ook dat je niet alles goed gelezen (of begrepen) hebt. Of is het de bedoeling de regels die je mist zelf in te vullen of gaat het bij zijn verzen alleen om het gedachte-experiment ?

En hier is dan het titel gedicht uit de bundel dat ik koos omdat het bijzonder mooi is, lees maar!:

Als ik als eerste aankom,

                                    neem ik wat

              iedereen wel zou willen,

Zoals het enige bed in het huis

                          en ik zou snel kunnen ruilen met

                                      de eerste die er iets voor wil geven.

                Dan heb ik misschien

                          nog een kans

op een plaats op de vloer,

                tegen een muur aan,

                                      zodat ik niet tussen

                            anderen in hoef te liggen.

                                      Ik herinner mij hoe het was

                            toen ik voor het eerst binnenkwam,

voordat het terugvinden begon

                            van de vloer en het plafond

                                      en de muren

                                                  die er waren.

 

uit: ‘Als ik als eerste aankom’, 2011.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *