Zaterdag 6 mei 2017: Willem Kloos is geboren op vrijdag 6 mei 1859.

De dichter Willem (Johannes Theodorus) Kloos is op 6 mei 1859 in Amsterdam geboren en overleed 31 maart 1938 op 78-jarige leeftijd in Den Haag. Hij was een belangrijk dichter en de voorman van de Tachtigers. Dat was een jonge groep schrijvers die vonden dat ze het anders moesten doen dan hun voorgangers. Literatuur moet niet moralistisch zijn, ze is een individuele uiting van een kunstenaar die daarmee andere individuen wil aanspreken.

Dat leverde geen eenvoudige toegang tot de bekende tijdschriften. Vandaar werd er een nieuw tijdschrift opgericht De Nieuwe Gids. Het tijdschrift stond erg in de belangstelling omdat men een nieuw soort taalgebruik introduceerden, de zogenaamde `woordkunst’.

De Tachtigers vonden zich ook erg verbonden met het impressionisme in de schilderkunst. Bekende leden waren o.a.:  Hélène Swarth, Albert Verwey, de componist Alphons Diepenbrock, Frederik van Eeden, Lodewijk van Deyssel, Frans Erens en Herman Gorter en de veel te jong overleden Jacques Perk die slechts 22 jaar werd. De groep `De Tachtigers’ is een synoniem geworden voor De Grote Vernieuwers (van de Nederlandse literatuur).

Kloos werd geboren als zoon van de kleermaker Johannes Kloos en diens vrouw Anna Cornelia Amelse. Vanaf 1879 studeerde Willem Kloos klassieke letteren aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en behaalde zijn kandidaatstitel in 1884. Tijdens zijn studententijd leerde hij Jacques Perk kennen, wiens gedichten hij na Perks dood aanpaste en uitgaf. De inleiding die Kloos schreef bij deze uitgave (1882) is later gaan gelden als manifest van de Beweging van Tachtig. In 1880 debuteerde hij in het tijdschrift Nederland.

Nadat Kloos en zijn vrienden het tijdschrift De Nieuwe Gids had opgericht publiceerde hij een serie literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn gedichten. Daarin legt hij de nadruk op het persoonlijk weergeven van emoties. De dichter gebruikt hierbij de klankexpressie en de beeldspraak. Kloos vond dat elk uniek gevoel een eigen beeldspraak meebracht. Met zijn visie zette hij zich af tegen de generatie van ‘beroemde’ dominee-dichters zoals Bernard ter Haar (1806-1880), Nicolaas Beets (1814-1903) en J.J.L. ten Kate (1819-1889).

Volgens Kloos schreven zij vooral huiselijke poëzie, vol clichés en met een benepen moraal. Men wilde de gevoelens van de lezer onderstrepen. Bij Kloos en de tachtigers zijn vorm en inhoud onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst). Zoals gezegd publiceerde Kloos veel van zijn sonnetten in De Nieuwe Gids. Deze sonnetten worden algemeen beschouwd als Kloos’ beste literaire werk en als karakteristiek voor de opvattingen van Tachtigers. De meest geciteerde dichtregel van Kloos is waarschijnlijk “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.

Sonnet (1894)

Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ’t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.

En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.

Dit sonnet werd bij de eerste publicatie in 1894 door sommigen godslasterlijk bevonden, al had Kloos er een heel andere bedoeling mee. Met “Ik ben een God…” wilde hij alleen maar zeggen dat de dichter de autonome schepper is van zijn eigen verzen en almachtig troont in zijn dichtkunst. Persoonlijk vind ik dit geen goed gedicht. Het is misschien alleen de eerste regel die blijf hangen maar de rest vergeet je heel snel. Bovendien is het een gedicht dat in de 21ste eeuw onvertaalbaar is naar de huidige tijd.

In de jaren 90 van de 19e eeuw begonnen verschillende dichters zich te verzetten tegen het individualisme en het “kunst om de kunst”-principe van Kloos en wilden een meer op de maatschappijgerichte, sociale dichtkunst. Ook binnen de oorspronkelijke beweging van Tachtig kwam het tot conflicten. Van Eeden en Van der Goes dachten dat het socialisme verbetering kon brengen, terwijl Kloos en Van Deyssel dachten dat het socialisme zou leiden tot nivellering van de kunst. Kloos hield vast aan zijn oorspronkelijke idealen en trok zich terug om poëzie te schrijven. In zijn persoonlijk leven ging het nu ook slechter; hij begon te drinken, kreeg last van psychoses en schreef scheldsonnetten.

In 1900 trouwde hij met Jeanne Reyneke van Stuwe, een productief schrijfster van societyromans. Kloos’ invloed was toen al veel minder geworden, maar hij bleef gedichten publiceren in De Nieuwe Gids en zou tot zijn dood lid van de redactie van dat blad blijven.

Hij kreeg ook aan dacht van de meer officiele kant van het toenmalige Nederland want op 14 juni 1919, enkele weken na zijn zestigste verjaardag, werd Kloos op paleis Huis ten Bosch ontvangen door koningin Wilhelmina. Heel belangrijk was dat hij samen met Lodewijk van Deyssel, een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam ontving op 3 maart 1935.

In 1938 stierf, misschien wel de belangrijkste Tachtiger, op 78 jarige leeftijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *