Zaterdag 15 juli 2017: op woensdag 15 juli 2015 overleed Rogi Wieg

Robert Gabor Charles (Rogi) Wieg  overleed op 15 juli 2015 in Amsterdam. Hij werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zijn ouders zijn afkomstig uit Hongarije en kwamen als vluchtelingen naar Nederland in 1957. Rogi Wieg was dichter, schrijver, criticus en beeldend kunstenaar en kreeg tijdens zijn jeugd een klassieke muzikale opleiding.

Als musicus koos hij al jong (16 jaar) zeer bewust voor de bluesmuziek en het Nederlandse chanson. Werkte ook samen met o.a. Liesbeth List.

In de periode 1986-1999 was hij als poëziecriticus verbonden aan Amsterdamse dagblad Het Parool . Ook werkte hij als redacteur voor de literaire tijdschriften Maatstaf en Tirade. Hij was een autodidact op het gebeid van tekenen en schilderen maar pakte serieus op rondom 1999. Hij vertaalde ook Hongaarse poëzie. Wieg publiceerde een groot aantal poëziebundels maar ook proza.

Zijn leven was niet eenvoudig doordat hij leed aan ernstige depressies.. Daardoor werd hij verschillende keren opgenomen in Psychiatrische ziekenhuizen en onderging een aantal keren de z.g. elektroshocktherapie. Hij leed dermate dat hij een drietal keren een poging deed tot zelfdoding. Hij overleed op 52 jarige leeftijd door te kiezen voor euthanasie wegens ondragelijk psychisch en lichamelijk lijden

Ongeveer een half jaar voor zijn overlijden trouwde hij met beeldend kunstenares Abys Kovács, die zijn gedichtenbunde Khazarenbloed  (2012) met tekeningen illustreerde. Hij debuteerde als dichter in 1981 op 19-jarige leeftijd debuteerde met het boekje Cis-trans. Nadien zouden er veel bundels volgen. Zijn schrijverscarrière begon veelbelovend en ontving voor zijn debuut ‘Toverdraad van dagverdrijf’ in (1986) waarvoor hij een jaar later de Van der Hoogtprijs voor ontving. Later zou hij nog meer prijzen ontvangen.

Over zijn dichterschap is veel te doen. In 2016 besprak Wim Brands in VPRO boeken Wiegs bundel Afgekapt dichtwerk en zei o.a.: ‘Wieg is nog steeds een even merkwaardige dichter als hij ook een merkwaardige poëziecriticus was. En ik bedoel dit als een reuze compliment’. Brands opinie is veel waard want hij was zelf dichter en bovendien een kenner van de Nederlandse poëzie.

In begin 1999 werd Rogi Wieg ziek en zei daarover o.a.: “Ik ben depressief geworden omdat ik teleurgesteld ben geraakt, in mezelf, relaties, de ontvangst van mijn werk, mijn mogelijkheden.”
Een jaar voor die uitspraak publiceerde hij zijn eerst proza als Privédomein-dagboek ‘Liefde is een zwaar beroep’ (1998).
In 2003 publiceert hij zij nieuwe proza bundel met de titel: ‘Kameraad scheermes’ waarin hij zijn verschillende zelfmoordpogingen beschreef en ervaringen tijdens zijn tijden van depressiviteit. Eerder had hij zijn dood al aangekondigd en zijn directe omgeving verbaasden zich er over dat hij nog bij hen was. Het is ook een indringend, autobiografische roman over depressie, psychiatrische zorg en de liefde van een vader voor zijn dochtertje

Na een zelfmoordpoging in 2003 zei hij zelf: ‘Ik heb in feite nooit dood gewild, maar als het lijden ondraaglijk is, dan is de dood het enige dat je nog hebt’

Ook tijdens zijn laatste maanden stuurde hij zijn laatste gedichten naar zijn uitgever. Vanaf 15 april 2015 stuurt hij met tussenpozen zijn uitgever omdat hij vond dat ze gepubliceerd moesten worden en wel op het digitale platform van het literair tijdschrift Extaze.

Het onderstaande gedicht heeft als datum 15 mei 2015 en heeft als titel:

Het rode leven regent

Aan de ene kant is er nog een kant.
Aan de andere kant is er geen kant meer.
Ik kan niet heen en weer, al zou tijd mij
dat wel toestaan. De schepping wil het niet.

De dood is de langste hoogte, voor- en zijkant
van het hout. Driedimensionaal niets waarin
ik liggen zal. Ik schrijf toch weer een vers over
wat er komen gaat. Komt dit door het weer vandaag?

Er valt rode regen* op de wereld. Het regent leven.
Misschien zonder DNA. Onwereldlijke maat die niet
naar niets toegaat als ik, maar komt vanuit het universum,
slingert door Het Al. Rode regen valt uit rode ogen
die wenen om de staat van zijn van lijf en stof.

En niets is een oud verhaal dat met lege handen
rooddoorweekt door de regen nooit meer thuiskomt.

Dit niets spoelt ook de rode regen niet naar huis
en niet meer weg. Zie: ik ben het, ik ben het maar.

 

De volgende dag 16 mei 2015 stuurde hij het gedicht:

”I want to talk about you”

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *