Vrijdag 30 juni 2017: Op maandag 30 juni 1924 overleed Jacob Israel de Haan in Jeruzalem.

Hij is op 31 december 1881 geboren in Smilde. De schrijver, dichter en publicist emigreerde in 1919 als zionist naar Palestina. Hij werd daar op 30 juni 1924 vermoord door Avraham Tehomi in opdracht van de Joodse paramilitaire organisatie Hagana. Jacob Israel groeide op in een groot orthodox Joods gezin. Zijn vader was voorzanger in de synagoge en de schrijfster Carry van Bruggen was een van zijn zussen. Carry en hij zijn geen tweeling maar zijn wel in het zelfde jaar geboren. Carry was op een dag na een jaar ouder. Haar familie naam is Carolina Lea de Haan.

Jacob volgde eerst de kweekschool om onderwijzer te worden en deed en-passant zijn staatsexamen zodat hij rechten kon studeren. In 1909 studeerde hij af en 1916 promoveerde hij. Tijdens zijn opleiding tot onderwijzer werd hij lid van de SDAP en schreef bijdragen voor het socialistische dagblad Het Volk. Nog maar net 20 jaar schreef hij zijn eerste publicaties in literaire tijdschriften en in 1904 verscheen zijn eerste roman Pijpelijntjes. Het boek kreeg veel belangstelling maar het opzien was van andere dan literaire aard. Het boek was opgedragen aan zijn vriend A. Aletrino’, letterkundige en docent aan de universiteit. De Haan maakte schromelijk misbruik van zijn positie door Aletrino als min of meer herkenbaar personage op te voeren in zijn roman die homoseksuele thematiek beschreef. Aletrino en de vrouw van De Haan, Johanna de Haan-van Maarseveen, voelden zich gedwongen de hele oplage van dat boek op te kopen (en het daarmee tot een van de zeldzaamste literaire werken van de Nederlandse literatuur  te maken!). De Haan werkte het boek vervolgens in luttele maanden om tot een geheel andere roman. Maar de hoofdredacteur van het Volk P.L. Tak, stuurde hem een ontslagbrief. Ook werd De Haan op staande voet ontslagen als onderwijzer. Frederik van Eeden en vriend van Jacob keurde het boek af en ook Lodewijk van Deyssel die eerst positief reageerde had later veel kritiek.

In 1912 reisde de Haan naar Rusland, waarbij hij een aantal gevangenissen bezocht om de situatie van politieke gevangenen te onderzoeken. Na terugkeer publiceerde hij in 1913 zijn boek met schokkende bevindingen: In Russische gevangenissen (1913).

Ondertussen had De Haan het socialisme  vaarwel gezegd, en werd hij zionist en werd later actief in een traditionele religieuze orthodoxe organisatie. In 1919 na zijn emigratie naar Palestina werd hij een van de politieke leiders van die organisatie. Hij was voorstander van een staat waarin Joden en Arabieren als gelijken zouden leven, en bepleitte onderhandelingen met Arabische leiders. Hij streefde naar een vreedzame beëindiging van de tegenstelling tussen de twee groepen met als gevolg de ergernis van zionistische leiders..De Haan was in Palestina werkzaam als correspondent van het Algemeen Handelsblad en was zeer actief als journalist en schrfeef zeer veel bijdragen voorde krant en ander bladen.

Op maandag 30 juni 1924 werd De Haan met drie pistoolschoten om het leven gebracht toen hij terugkwam van het avondgebed in de synagoge. Door velen werd lange tijd gedacht dat de daders Arabieren waren, maar dat bleek niet correct. De politieke moord op De Haan is zorgvuldig onderzocht en de moordenaar werd gevonden nl een zekere Avraham Tehomi (1903-1990) die als bejaarde zakenman in Hong Kong woonde en geen enkele spijt toonde van de moord die hij gepleegd had. Hetgeen hij kort voor zijn dood bevestigde tijdens een interview met de VPRO.

Het leven en de tragische dood van De Haan inspireerde de Duitse schrijver Arnold Zweig (1887-1968)  tot zijn roman De Vriendt kehrt heim (1932). Dit boek is later ook in het Nederlands vertaald. Het groet aantal publicaties (proza en poezie) van Jacob Israel de Haan toont aan dat hij zeker niet vergeten is.

De Haan schreef reeds vanaf 1900 poëzie die ook gepubliceerd werd. Vanaf 1914 kwamen voldragen bundels uit met gedichten die vaak opnieuw homoseksualiteit tot onderwerp hadden: Libertijnsche liederen (1914) en Een nieuw Carthago (1919). Zijn bekendste gedichten staan in de postuum uitgegeven Kwatrijnen, een omvangrijke bundel intieme, gevoelige poëzie. Daar lees je de sublieme eigenzinnigheid van zijn verzen vol emotie en met stimulerende ritmiek. In 1952 werden zijn Verzamelde gedichten uitgegeven en verschenen zijn gedichten in de bekende bloemlezingen. In september 2008 werd opnieuw het Genootschap Jacob Israël de Haan voor een tweede keer opgericht maar nu onder leiding van de voorzitter met de als voorzitter de hoogleraar Marita Mathijsen

In 1993 werd in de Amsterdamse Pijp (die ook centraal stond in de roman Pijpelijntjes) naar hem vernoemd. Van sommige gedichten wordt een zin soms veel bekender dan het gedicht op zich, zoals ook de uit deze sonnet ontleende zin: ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’, die vooral binnen de homo gemeenschap een grote emotionele betekenis heeft gekregen, en aangebracht is op het in 1987 onthulde Home monument in Amsterdam:

 Hier volgt het gehele gedicht dat de titel heeft: Aan een jongen visscher”

Rozen zijn niet zoo schoon als uwe wangen,
Tulpen niet als uw bloote voeten teer,
En in geen oogen las ik immer meer
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Achter ons was de eeuwigheid van de zee,
Boven ons bleekte grijs de eeuwige lucht,
Aan ’t eenzaam strand dwaalden alleen wij twee,
Er was geen ander dan het zeegerucht.

Laatste dag samen, ik ging naar mijn Stad.
Gij vaart en vischt tevreden, ik dwaal rond
En vind in stad noch stiller landstreek wijk.

Ik ben zóo moede, ik heb veel liefgehad.
Vergeef mij veel, vraag niet wat ik weerstond
En bid dat ik nooit voor uw schoon bezwijk.

Als afsluiting uit zijn bundel Liederen, 1917

Die te Amsterdam vaak zei: “Jeruzalem”
En naar Jeruzalem gedreven kwam,
Hij zegt met een mijmrende stem:
“Amsterdam. Amsterdam.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *