Donderdag 8 juni 2017: Op dinsdag 8 juni 1943 is Tomas Lieske in Den Haag geboren.

Tomas Lieske is het pseudoniem van Antonius Theodorus (Ton) van Drunen die sinds 1966 Nederlandse taal en letterkunde en theaterwetenschappen aan de Universiteit van Leiden heeft gestudeerd. Na zijn studie (1972) was hij enige tijd leraar aan het Haags Montessori Lyceum in Den Haag. Organiseerde daar ook de toneelvoorstellingen met de leerlingen. Tijdens zijn leraarschap studeerde hij af (1974) op een doctoraalscriptie over de romans van Simon Vestdijk. Ging in 1978 in Amsterdam dramaturgie studeren en deed dat tot 1982. Liep stage bij Erik de Vos van toneelgroep ‘De Appel’ in Den Haag.

Het literaire debuut van Tomas Lieske literaire vond pas op latere leeftijd plaats. Zijn eerste gedichten werden gepubliceerd toen hij 38 jaar was in de tijdschriften Tirade en De Revisor. Het was eigenlijk op het zelfde moment dat hij ook door de redactie van Tirade werd gevraagd een poëziekroniek te schrijven. Die essays werden gepubliceerd in 1989 in de bundel Een hoofd in de toendra. Het was niet zijn eerste publicatie want in 1987 werd zijn eerste dichtbundel De ijsgeneraals en in 1989 zijn tweede poeziebundel Een tijger onderweg, reeds uitgegeven.

In 1992 schreef hij zijn prozadebuut Oorlogstuinen en daar ontving hij de Geertjan Lubberhuizenprijs voor. In 1996 behoorde zijn tweede roman Nachtkwartier tot de shortlist voor de Libris Literatuur Prijs maar het was Alfred Kossman die met zijn roman Huldigingen de prijs in ontvangst mocht nemen. Een aantal jaren daarna was het de roman Franklin waarmee Lieske in 2001 de Libris Literatuur Prijs en dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied de ‘Inktaap’ won. Zijn roman Dünya werd in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs die echter naar Doeschka Meijsing ging.

Zijn werk bestaat naast dichtbundels en romans ook uit toneelstukken. Bovendien is een aantal van zijn boeken en gedichten in verschillende talen vertaald, onder meer in het Turks.

De bundel Hoe je geliefde te herkennen werd in 2007 bekroond met de VSB-poëzieprijs voor de beste bundel van het jaar. Over zijn dichtkunst zegt Lieske zelf: ‘De dichtkunst lijkt mij bij uitstek niet bedoeld om het de lezer makkelijk te maken’, en dat demonstreert hij met historische en mythologische verwijzingen en onlogische plotwendingen.

In zijn poëzie zijn fantasie en werkelijkheid vaak in botsing. Ik wil graag twee gedichten plaatsen namelijk:

Hoe je geliefde te herkennen

De naam van de geliefde sist van voltage;
de stap wordt vlak voor het rendez-vous een fractie
gewijzigd: iets ingehouden of juist extra versneld.
In het oog blinkt het heldere polaar van duindorpen;
een strakke snaar die om je gedachten gespannen was.
knapt onverwachts.

Dit is wat de geliefde verspreidt:
een geur van zomerlinde, van avondmelk,
van naakte huid onder een joppertje,
een geur van de liguster aan het eind van de tuinen,
waar in het lage licht met het geduld
van spinnen de geheimen worden prijsgegeven.

Plotseling zal een jeugdig besef de dagelijkse slijtage verjagen,
schiet een woord je te binnen dat je al lang vergeten was,
lijkt het niveau van Maria Callas ook voor jou
bereikbaar, en het cantilene geloof,
dat je tot zelfs na de dood samen
hand in hand de eeuwigheid zal bewandelen.
O, zacht licht op paden langs manmoedig gras, o,
zicht op het dociele kroos, de prudente koeien.
——————————————
uit: ‘Hoe je geliefde te herkennen’, 2006.

 Weipoort

Al eeuwen komt iedere nacht de turfsteker.
Bedachtzaam, met planken
onder zijn voeten, leunend op een onmetelijke
spa sopt hij over de natte aarde. Met elke pas
zuigt hij met vet geluid zijn platte
houten voet uit het gras.

                                                      Weipoortnacht.
Achter de boerderij het hoge wateroppervlak
voor het gebouw stroomt alles lager, zelfs van water
verheft de bezoeker het niveau; hij maant
de sloot tot vaart en laat de spiegel stijgen.
Hij laat het water verrijzen. Vissen slaan
hun staart uit hun trimvest en mieren
snorkelen met zwemvliezen rond. Een grutto
schrikt in zijn slaap, vliegt op en begint zich
aan te prijzen.

                                    Nacht in Weipoort
en achter hagen en kanten hopen wij
dat de turfsteker ons aandoet, ons
verheft uit onze lage dromen en gedachten
onze slaap vermoordt, de witte wijven
op de weide dansen laat, ons leven
stuurt, verbijzondert, met kracht
van wet water uit onze trotse
bodem slaat.

 Uit: Haar nijlpaard optillen (2012).

(Opmerking van Lieske over dit gedicht: Weipoort is een dorp in Zuid-Holland, nabij Zoeterwoude. Dit gedicht, is gewijd aan het water- en weidegebied van Zuid-Holland.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *